nummer 975, 7-09-2025
Dit nummer wordt gestuurd naar ca. 4500 adressen.
| |
De WiskundE-brief is een digitale nieuwsbrief, gericht op wiskundedocenten in het voortgezet onderwijs,
met als doel om een snelle onderlinge uitwisseling van informatie en
meningen mogelijk te maken. De brief verschijnt buiten de schoolvakanties minstens
één keer per twee weken. Het abonnement is gratis.
Uw bijdragen aan de WiskundE-brief zijn welkom op het e-mailadres
van de redactie. Op de website van de WiskundE-brief
kunt u zich abonneren, vindt u alle voorwaarden en advertentietarieven en kunt u oude nummers nalezen.
|
|
Artikelen en bijdragen | | |
|
Advertenties | | |
Vwo-wiskunde in verval?
Tien jaar geleden werden de centrale wiskunde-examens op het vwo goed gemaakt. Gemiddeld scoorden de kandidaten zon twee derde van het maximaal aantal te verdienen punten en de gemiddelde cijfers lagen rond de 7. De laatste jaren laten een ander beeld zien. Bij wiskunde B ligt de gemiddelde score nauwelijks boven de 50% en bij wiskunde A is het de laatste twee jaar niet veel beter. Als we kijken naar de resultaten van de vrouwelijke kandidaten is het beeld nog ernstiger.
De ontwikkeling van de scores op de wiskunde-examens 1) van het vwo vertonen, ondanks alle schommelingen, een duidelijk patroon, dat hieronder te zien is.
Vanaf 2018 waren de examens gebaseerd op een nieuw programma. Het eerste jaar zag er nog hoopgevend uit, het tweede jaar (2019) meteen een stuk minder. In 2020 werd geen centraal examen afgenomen. De jaren daarna laten veel lagere scores zien. Tegelijkertijd zien we een verschuiving van wiskunde B naar wiskunde A. In 2019 had nog meer dan de helft van de examenkandidaten wiskunde B in het pakket, vijf jaar later was dat nog maar 44%. Tegelijk steeg het aandeel wiskunde A van circa 47% naar ruim 54%
Cijfers
Vaak wordt er vooral op de gemiddelde cijfers gelet. Dat geeft (zeker tot voor kort) een wat ander beeld.
Bij wiskunde A lijkt er weinig aan de hand. Het gemiddelde schommelt zo rond de 6,9, en lag vorig jaar met 7,1 zelfs behoorlijk hoog. De roemruchte N-termen deden hun werk. In de periode 2015-2018 lagen deze onder de 1,0, in jaren 2011-2023 rond de 1,5, en recent zelfs rond de 2,0. Bij wiskunde B lag de N-term in de periode 2021-2024 niet alleen erg hoog, maar ook elk jaar een stukje hoger dan het jaar daarvoor, voldoende om de dalende scores te compenseren en meer dan dat. Dit jaar lag de N-term iets minder hoog, wat zich meteen vertaalde in lagere cijfers, en meer onvoldoendes vooral bij wiskunde B. Bij laatstgenoemd vak haalde bij het laatste examen meer dan 30% van de kandidaten een onvoldoende tijdens het eerste tijdvak. Daar staat tegenover dat bijna 3% van de kandidaten het examen zeer goed heeft gemaakt (meer dan 90% goed), en 49 leerlingen zelfs foutloos. Dit lijkt misschien niet veel, maar deze getallen liggen flink hoger dan bij praktisch alle andere vakken op het vwo.
Grote verschillen
Zoals eerder gemeld ( WiskundE-brief 960) is de scoreverdeling bij wiskunde B (vwo), in tegenstelling tot bij wiskunde A, niet goed te benaderen met een normale verdeling. Een betere benadering krijgen we vanuit de hypothese dat er twee subgroepen zijn, een kleine die het redelijk goed maakt, en een grotere waarvan de resultaten aanzienlijk lager liggen. Ook dit jaar lijken de cijfers deze hypothese te ondersteunen 2). Dat is allemaal wat speculatief, maar de gegevens van het Cito laten wel onomstotelijk zien dat leerlingen binnen het profiel Natuur en Techniek aanzienlijk beter scoren dan anderen 3). Dat scheelt circa 6 procentpunt, en dat komt overeen met ruim een half cijferpunt. Het verschil tussen vrouwelijke en mannelijke kandidaten is ongeveer even groot. Bij de mannelijke kandidaten was de gemiddelde score 55%, bij de vrouwelijke slechts 49%.
Opmerkelijk is dat de genderongelijkheid bij de resultaten van de centrale examens wiskunde B de laatste jaren weer is toegenomen. Tien jaar geleden was er nauwelijks verschil tussen de scores. In de jaren daarna schommelde het voor de corona-epidemie zo rond de 2 procentpunt. De laatste jaren scoren de vrouwelijke kandidaten zon 5 tot 6 procentpunt lager dan hun mannelijke collegas. Hieronder is dat in beeld gebracht.
Zorgelijke ontwikkeling
Het resultaat voor wiskunde B is dat terwijl de mannelijke kandidaten de laatste jaren circa 55% procent van het maximale aantal punten scoren, dit percentage voor de vrouwelijke de laatste twee jaar onder 50 ligt. Bij een N-term van 1,0 zou dit betekenen dat meer dan de helft een onvoldoende voor het CE wiskunde B zou halen.
Op de vraag wat mogelijke oorzaken zijn voor deze ontwikkeling ga ik nu niet in. Wel wil ik aanstippen dat de prestatieverschillen bij sommige opgaven beduidend groter zijn dan andere. Bij het laatste examen (wiskunde B) werden er drie vragen gesteld over een proef met een veer. Daarop scoorden de mannelijke kandidaten ruim 44%, en de vrouwelijke slechts 30%. Dit verschil correspondeert aardig met verschil tussen leerlingen met een NT-profiel (42%) en die zonder (27%). Het gebruik van natuurkundige contexten binnen wiskunde B examens lijkt misschien voor de hand te liggen, maar sommige leerlingen betalen daar in de huidige vorm een hoge prijs voor.
gk
------------------------------
1) Strikt genomen gaat het om de gegevens die door de examinatoren na eerste correctie zijn verstrekt aan het Cito. De ervaring leert dat deze gegevens een goed beeld geven van de uiteindelijke resultaten. Vanwege het kleine aantal deelnemers aan het wiskunde-C examen beperk ik me tot wiskunde A en B.
2) De frequentieverdeling van de behaalde scores is te bekijken via deze link.
3) Zie dit excelbestand.
|
Nieuwe concept-syllabi vmbo
Naar verwachting zullen op het vmbo in 2029 de eerste eindexamens wiskunde volgens de nieuwe programma's worden afgenomen.
Recent zijn de definitieve concept-examenprogramma's gepubliceerd, evenals nieuwe concept-syllabi.
In deze syllabi worden de onderdelen van het examenprogramma die aan het centraal examen zijn toegewezen nader gespecificeerd.
De nieuwe conceptsyllabi wijken in vormgeving en formulering behoorlijk af van de voorgangers, en soms ook inhoudelijk.
Het wiskundevak waarin leerlingen van het vmbo (ook) een centraal examen moeten afeggen werd tot voor kort aangeduid met wiskunde 1,2.
In de nieuwste versie (2.0) van de concept-syllabi die door het CvTE zijn gepubliceerd is echter sprake van 'wiskunde' zonder meer.
Op het eerste gezicht wijken de nieuwe concepten behoorlijk af van de eerste versies.
Bij nader inzien gaat het in veel gevallen om een andere vormgeving en een iets andere formulering, maar een enkele keer zijn er ook aanpassingen die wat meer om het lijf te lijken hebben.
Het is ondoenlijk om binnen het bestek van dit artikel systematisch de verschillen tussen de versies te bespreken, laat staan de verschillen tussen varianten voor de verschillende leerwegen.
Hieronder wil ik alleen een paar zaken aanstippen die me bij lezing opvielen.
Breuken
Domein A heeft de wat paradoxale titel: domeinonafhankelijke ondersteunende vaardigheden.
Het bestaat uit twee subdomeinen: A1 Bewerkingen met getallen en A2 Hulpmiddelen.
De bij A1 behorende eindterm luidt:
De leerling rekent met gehele en decimale getallen (en breuken) en rondt getallen af.
In de syllabus voor BB (basis beroeps) worden breuken niet genoemd in de eindterm. Wel komen ze terug bij de uitwerking:
een eenvoudige breuk in een decimaal getal omzetten en omgekeerd.
Onder een eenvoudige breuk wordt verstaan een breuk met noemer 2, 4, 5 of 10.
Bij KB (kader beroeps) komt het rekenen met breuken wel aan de orde, maar ook hier gaat het slechts om een klein aantal noemers: 2 tot en met 5, 8, 10 en 100.
Opmerkelijk afwezig zijn onder andere 7 (dagen in een week), 24 (uren in een dag), 60 (minuten in een uur) en 1000 (denk aan promille).
Dat kan nogal wat gevolgen hebben. In de leeswijzer staat uitdrukkelijk:
| "...bij het uitvoeren van rekenwiskundige handeling uit domeinen B tot en met F mogen enkel die bewerkingen en getallen aan bod komen die beschreven zijn in de betreffende eindterm uit domein A." |
Het lijkt wel of men ervan uit gaat dat breuken bij het beroepsgeoriënteerde vmbo (BB en KB) zoveel mogelijk moeten worden vermeden.
Bij de theoretische (en gemengde) leerweg is er wat meer ruimte voor het rekenen met breuken, hoewel delen, machtsverheffen en worteltrekken met breuken niet aan de orde hoeven te komen.
Bij 'rekenen' wordt niet expliciet aangegeven wat daaronder verstaan wordt. Gezien de opsomming bij A2 (Hulpmiddelen) wordt vooral gedacht aan het gebruiken van rekenmachines en andere digitale hulpmiddelen. Tegen die achtergrond doen de beperkingen tot een beperkt aantal noemers bij het praktische vmbo wat merkwaardig aan.
Afronden
Afronden speelt ook nu een belangrijke rol bij de eindexamens vmbo en is nogal eens aanleiding tot discussie. In de nieuwe versie van de syllabi wordt uitdrukkelijk een onderscheid gemaakt tussen 'wiskundig' en 'situationeel' afronden.
Bij wiskundig afronden gaat het om gegeven een aantal decimalen en om veelvouden van 5 cent, tien, honderd, duizend, tienduizend, honderdduizend, een miljoen en een miljard.
In hoeverre dit ook voor 'situationeel' afronden geldt is niet helemaal duidelijk.
Wat 'situationeel afronden' precies betekent wordt niet uitgelegd. Ik denk dan zelf aan het afronden van 3,125 naar 4 wanneer gevraagd wordt hoeveel bussen, ieder met 48 zitplaatsen, er nodig zijn om 150 leerlingen te vervoeren.
Opmerkelijk is dat, voor zover ik weet voor het eerst, een (afrond)procedure die uitdrukkelijk wordt onderscheiden van 'wiskundig' in een syllabus wiskunde is opgenomen.
Bij het subdomein Hulpmiddelen wordt trouwens gewaarschuwd voor "tussentijdse afrondingen bij gecombineerde berekeningen, tenzij de situatie daar om vraagt".
Alleen bij vmbo-bb ontbreekt deze waarschuwing. Ofwel de betreffende leerlingen hebben die niet nodig, ofwel zij worden er niet op afgerekend.
Notatie
Voordat gerekend kan worden moeten getallen natuurlijk goed gelezen worden.
Een probleem dat systematisch wordt genegeerd is dat er geen algemeen gerespecteerde afspraken zijn over het gebruik van scheidingstekens.
Zo kan zowel 55.433 als 55,433 een getal onder de honderd voorstellen, maar ook een getal boven de tienduizend.
Nu is de laatstgenoemde notatie niet conform de ISO-standaard, en in Nederland weinig te zien. Maar een notatie als 55.433 voor het wereldrecord (in seconden) bij 1 km wielrennen op de baan met staande start is ook in Nederland heel gebruikelijk. In de syllabus heeft men het alleen over herkennen van verschillende notaties voor hele getallen met minstens vier cijfers met een punt en zonder een punt. Dat voldoet misschien als je alleen naar het centraal examen kijkt, maar lijkt weinig rekening te houden met de praktijk van alle dag.
Procenten
Aan het rekenen met procenten en verhoudingen is een apart domein (B) gewijd. Bij eindterm 4 komt het omrekenen tussen procenten, breuken en decimale getallen aan de orde. Door de eerder genoemde beperkingen die aan de noemers van de breuken worden opgelegd blijft hier op het beroepsgeoriënteerde vmbo niet zo veel van over. Bij KB wordt (bij eindterm 6) nog gemeld dat de leerling moet weten dat 1/ 100 gelijk is aan 1%, maar bij BB ontbreekt dit zelfs.
De groeifactor komt binnen dit domein alleen aan de orde op de mavo (vmbo-gt), en slechts als notatie voor een procentuele verandering. Bij vmbo-kb komt de groeifactor wel aan de orde bij exponentiële verbanden (domein E). Opvallend is ook dat expliciet aandacht wordt besteed aan misvattingen:
25% van een uur is niet 25 minuten; 18 van 200 is niet 18%.
Referentiematen
In eindterm 9 (bij vmbo-bb eindterm 8) wordt uitdrukkelijk gesproken over het gebruik van referentiematen en/of referentieaantallen. Dit wordt als volgt gespecificeerd:
- een gemiddeld wandeltempo en een gemiddeld fietstempo;
- de hoogte van een deur en een verdieping;
- het aantal inwoners van Nederland;
- de lichaamstemperatuur van een gezond persoon;
- de lichaamslengte van een gemiddeld persoon.
Welke waarden hierbij horen wordt in het midden gelaten. Dat lijkt verstandig gezien blunders in het verleden waarbij het aantal inwoners van Nederland wettelijk werd vastgelegd op een al snel achterhaald aantal. Toch is de vraag of deze specificatie de toets der kritiek kan doorstaan. Wat is een "gemiddeld" fietstempo nu e-bikes veelvuldig gebruikt worden? Wat is de lengte van een 'gemiddeld persoon'? Kunnen verschillen tussen geslacht en herkomst zomaar genegeerd worden? Zijn verschillen tussen diverse gebouwen (en bouwvoorschriften) niet van belang? Opmerkelijke afwezige is het in sommige kringen populaire "voetbalveld". Misschien omdat de werkelijke oppervlakte, volgens de KNVB-normen 6400 - 7245 m 2, niet goed te rijmen is met de bewering dat er twee voetbalvelden op een hectare passen. Opmerkelijk is overigens dat in de syllabus voor vmbo-BB de oppervlakte-eenheid hectare ontbreekt.
Eenheden
In de syllabi wordt, in navolging van het examenprogramma, vaak een onderscheid gemaakt tussen "rekenwiskundige handelingen" en "representeren en vaktaal". Onder het laatste valt gebruik van de voorvoegsels micro, milli, centi, deci, hecto, kilo, mega, giga en tera. Vrij vaak gebruikte voorvoegsels als peta (10 15) en nano (een miljardste 10 -9) ontbreken. Bij de "rekenwiskundige handelingen" gaat het bij eenheden met name over het omrekenen van "enkelvoudige en samengestelde meeteenheden". In de syllabus voor vmbo-gt wordt volstaan met deze omschrijving, maar bij de beroepsgerichte opleidingen wordt niet alleen de schaalfactor beperkt tot 1000, maar ook de te beheersen omrekeningen zijn terug gebracht tot een handvol.
Het komt me wat gekunsteld over. De betreffende leerlingen zouden wel moeten weten hoeveel 8 terabyte is, maar hoeven dat niet te kunnen omrekenen in megabytes?
Formules
Een van de eindtermen betreft "rekenwiskundige handelingen" met formules.
Bij het beroepsgerichte vmbo is dat beperkt tot tekenen van grafieken (vermoedelijk met behulp van digitale hulpmiddelen), het berekenen van uitkomsten en het oplossen van vergelijkingen door middel van inklemmen en gericht proberen.
Bij vmbo-gt wordt het algebra sch oplossen beperkt tot lineaire, kwadratische en eenvoudige wortelvergelijkingen. Laatstgenoemde moeten van de vorm zijn a√ x + b = c en de kwadratische van de vorm
a x2 + b = c. Als deze vormvoorschriften strikt wordt gehanteerd lijkt me dat een behoorlijke beperking.
Zoals gezegd: dit zijn slechts wat opmerkingen naar aanleiding van het doorlezen van de conceptsyllabi. Mijn bedoeling is vooral om aandacht te vragen voor deze documenten. Reacties worden zoals altijd zeer op prijs gesteld.
gk
-------------------
bronnen:
|
De N-term voor het tweede tijdvak
Bij de bekendmaking van de N-termen voor het eerste tijdvak worden ook de voorlopige N-termen voor het tweede tijdvak gepubliceerd.
Deze moeten worden gezien worden als ondergrens, de definitieve eindtermen kunnen ook hoger uitvallen. Bij wiskunde B vwo kwam de N-term voor het tweede tijdvak uit op maar liefst 2,1.
Dat is 0,5 boven de toch al hoge voorlopige N-term van 1,6. Hoe is dit te verklaren?
De N-term voor het tweede tijdvak wordt doorgaans alleen aangepast als analyse door het Cito laat zien dat het examen moeilijker was dan tijdens het eerste tijdvak.
Bij het laatste wiskunde B examen op het vwo waren de meningen verdeeld.
Sommigen vonden het een stuk lastiger, anderen vonden het juist beter te doen en waren verbaasd over de uiteindelijk N-term.
Het examen was wel opvallend lang, met uitgebreide inleidingen op vragen.
Moeilijkheidsgraad
Hoe bepaalt het CvTE (in de praktijk het Cito) of het tweede tijdvak moeilijker was dan het eerste?
We hebben hier eerder over geschreven, maar het is misschien goed dat nog eens te doen.
Bij de analyse van de gegevens van het tweede tijdvak wordt uitsluitend gekeken naar de groep leerlingen die het eerste tijdvak een onvoldoende behaalden.
Het is te verwachten dat deze groep tijdens de herkansing hoger scoort:
- Vanwege het regressie-effect. Wanneer een groep mensen twee vergelijkbare testen maken, scoort de groep die de eerste test slecht heeft gemaakt op de tweede wat beter, en de groep die de eerste erg goed heeft gemaakt juist wat slechter. Men spreekt wel van regressie naar het gemiddelde. Dit effect kan met behulp van z-scores heel kort worden geformuleerd: zv= r ⋅ z1.
Als de correlatiecoëfficiënt (r) gelijk is aan 0,7 kun je bij iemand die op de eerste toets heel slecht scoorde, 2 standaardafwijkingen beneden het gemiddelde, verwachten dat hij bij de herkansing iets beter wordt gescoord: 2 × 0,7=1,4 standaardafwijkingen onder het gemiddelde.
- Het tweede tijdvak wordt doorgaans intensief voorbereid, met soms extra lessen. Wellicht is de inzet van de kandidaat voor en tijdens de herkansing ook wat groter. Deze factoren worden samengevat met de term leerwinst.
Het bepalen van het regressie-effect is in principe een standaardprocedure in de statistiek.
De leerwinst wordt geschat door uitkomsten over heel veel jaren te middelen. Dit wordt niet nader uitgelegd.
Wanneer de op deze manier geschatte verbetering hoger uitvalt dan de feitelijke, wordt dat toegeschreven aan een hogere moeilijkheidsgraad van het examen in het tweede tijdvak.
Die constatering resulteert in een hogere definitieve N-term.
Tenslotte kan het CvTE ook nog op basis van klachten en/of aanwijzingen van ernstige tijdnood besluiten de N-term naar boven bij te stellen.
gk
--------
bron: Examenblad
|
Ontbreken goede studiewijzers
De 13de editie van de bovenbouw Getal en Ruimte is een feit.
Echter, goede studiewijzers ontbreken.
Daarmee ontbreekt een handig handvat voor docenten.
In een goede studiewijzer, zoals die werden meegeleverd met de 10de, de 11de, de 12de en bij de 13de editie onderbouw, staat volgens mij welke opgaven in één les gedaan kunnen worden.
Bijvoorbeeld les 1: opgave 1 t/m 7 en les 2 opgave 8 t/m 17, waarbij je zag dat je voor H11 bijvoorbeeld 13 lessen nodig had.
In de studiewijzer zoals die nu voor de bovenbouw wordt geleverd staat echter alleen in welke week je welke paragraaf kunt doen.
Ze rekenen dan bijvoorbeeld voor wiskunde B met 36 lesweken voor 7 hoofdstukken.
Die hebben wij niet, en ook kan ik hier geen lesinhoud mee vullen.
Na meerdere keren contact met Noordhoff krijg ik meerdere keren terug dat ze het meenemen in de evaluatie en dat ze niets gaan doen aan het ontbreken van de opgaven per les.
Zijn er docenten die een goede studiewijzer met opgaven per les missen?
Bij het maken van een studiewijzer dien ik nu zelf te kijken welke hoeveelheid er in één les behandeld wordt.
Kan er actie worden ondernomen tegen de laksheid van Noordhoff?
Patrick van Geenen, Rijnlands Lyceum Sassenheim
Naschrift redactie
Van belang bij bovenstaande is natuurlijk de vraag wat van de uitgever van een wiskunde methode verwacht mag worden, en wat onder de verantwoordelijkheid van de docent valt. We kunnen ons voorstellen die hier verschillend over gedacht wordt.
|
Willem van Ravenstein
Eind juli is Willem van Ravenstein overleden. Wellicht zegt de naam niet iedere wiskundeleraar iets, maar duizenden leerlingen, studenten en ook docenten in Nederland en Vlaanderen hebben sinds het begin van deze eeuw gebruik gemaakt van de digitale vraagbaak WisFaq.
Willem was de oprichter, beheerder en drijvende kracht achter dit initiatief. Niet alleen beantwoordde hij zelf meer dan 15.000 vragen maar hij ontwikkelde ook een platform dat in zekere zin amateuristisch was, in de zin van gebaseerd op liefhebberij, maar tegelijk ook professioneel. Zo werd en wordt de potentiële vragensteller uitgebreid begeleid, onder andere met duidelijke spelregels, tips en goed toegankelijke overzichten van eerder gestelde vragen. Uitgangspunt bij het beantwoorden was en is de vragensteller zo verder te helpen op het punt waar hij of zij was vastgelopen.
Pionier
Willem behoorde tot de internetpioniers onder de wiskundeleraren. Al heel vroeg ontwikkelde hij een website op zijn school, en in de beginfase van de WiskundE-brief stond hij de redactie met raad en daad terzijde. Zo zorgde hij in de periode 1997-1999 er al voor dat oude nummers via een website toegankelijk bleven. Hij nam het initiatief voor allerlei vormen van digitale ondersteuning van docenten, studenten en leerlingen. Resultaten daarvan waren onder meer wiswijzer.nl met vele tips en ander materiaal voor docenten, wiskundeleraar.nl en natuurlijk wisfaq.nl.
In 2022 werd Willem van Ravenstein benoemd tot ridder in de orde van Oranje Nassau vanwege zijn verdiensten voor het Nederlandse (en Vlaamse) wiskundeonderwijs.
gk
|
Programma symposium Ta-daaa Data
De werkgroep Geschiedenis organiseert op zaterdag 27 september in Utrecht opnieuw een symposium, ditmaal over de over Geschiedenis van de Statistiek in de 19e en 20e eeuw. Het programma is nu bekend.
Op het eenendertigste symposium van de werkgroep geschiedenis van de Nederlandse Vereniging van Wiskundeleraren is er veel aandacht voor twee statistici uit de 19e eeuw, namelijk Adolphe Quetelet en Florence Nightingale. De twintigste eeuw is met name vertegenwoordigd door een beschouwing over het project Kijk op kans in de jaren zeventig.
Dagindeling
Het programma ziet er als volgt uit:
| begintijd |
activiteit |
| 9:30 |
Inloop met koffie en thee |
| 10:00 |
Lezing Emma Mojet over Quetelet |
| 11:05 |
Pauze met koffie en thee |
| 11:25 |
Lezing Marieke Gelderblom over ontwikkeling grafische weergaven |
| 12:25 |
Lunch |
| 13:30 |
Lezing Elkske de Waal over het project "Kijk op kans" |
| 14:30 |
Pauze met koffie en thee |
| 14:50 |
Lezing (in het Engels) door Noel-Ann Bradshaw over Florence Nightingale |
| 15:50 |
Afsluiting |
| 16:00 |
Napraten met een drankje |
Praktische gegevens
Het symposium wordt gehouden in
Zalen van Zeven, Boothstraat 7, 3512 BT Utrecht.
De toegangsprijs bedraagt € 30,= voor studenten, € 60,= voor leden van de NVvW, NVORWO of VVSOR, en € 75,= voor anderen.
U kunt zich inschrijven via deze pagina.
|
Hoe maakt u een goede examenvraag?
Op 1 oktober organiseren toetsdeskundigen van Cito weer de (gratis) workshop Examenvragen maken voor docenten bovenbouw vo.
Wilt u leren hoe u goede examenvragen maakt én bijdragen aan toekomstig examenmateriaal?
Tijdens een interactieve vakspecifieke sessie krijgt u praktische handvatten aangereikt en gaat u zelf aan de slag met het construeren van examenvragen.
De vragen die tijdens de workshop worden geconstrueerd gaan niet verloren en worden zorgvuldig beoordeeld op bruikbaarheid.
Dus wie weet ziet u uw vraag wel terug in een toekomstig centraal examen.
De dag start om 10.00 uur met een theoretisch gedeelte. Hier wordt ingegaan op onder meer het gebruik van bronmateriaal en data, het bepalen van de moeilijkheid van een vraag en het formuleren van een duidelijke vraag met een eenduidig antwoord.
De rest van de dag gaat u samen met vakdocenten aan de slag met het construeren van vragen.
Dat gebeurt in kleine groepen en onder begeleiding van toetsdeskundigen.
Rond 16.00 uur is de afsluiting.
Het is handig om een laptop en eventueel bronmateriaal mee te nemen.
Inschrijving
Op deze pagina vindt u meer informatie.
Er zijn sessies over wiskunde op het vmbo en wiskunde A op havo/vwo.
Meldt u uiterlijk 15 september aan door een mail te sturen naar workshopexamenvragenmaken@cito.nl.
Let op: het aantal inschrijvingen is beperkt, dus wacht niet te lang.
Staat uw vak er niet tussen? Stuur dan een mailtje. Misschien kan Cito op een later moment ook voor uw vak een workshop organiseren.
Docentenparticipatie
Wilt u meer weten over de betrokkenheid van docenten bij de centrale examens? Lees hierover op onze website docentenparticipatie.
|
De quantumcomputer komt eraan
Op donderdag 25 september 2025 organiseert Bètapartners een bijeenkomst over de quantumcomputer, uitdrukkelijk bedoeld voor docenten wiskunde.
Hoe werkt een quantumcomputer eigenlijk? Welke software draait erop? Wat betekent dit voor de beveiliging van gegevens? Tijdens de eendaagse vakbijeenkomst Quantum Quest krijgt u antwoord op deze vragen De onderliggende principes worden vanuit een wiskundig standpunt uit de doeken gedaan. Er is ook aandacht voor de praktijk: een bezoek aan een geavanceerd onderzoekslab van de Universiteit van Amsterdam.
Superpositie
In plaats van rekenen met bits van twee toestanden (0 en 1), rekent de quantumcomputer met bits die zich tegelijkertijd in oneindig veel toestanden bevinden Hiermee wordt een fundamenteel nieuwe manier van natuurwetenschappelijk onderzoek mogelijk. Grote bedrijven investeren volop om straks de vruchten te kunnen plukken.
Deze bijeenkomst geeft een introductie in een boeiend en actueel onderzoeksgebied en anticipeert op de gelijknamige webklas voor leerlingen van 5- en 6-VWO met wiskunde B die van oktober tot december 2025 loopt.
Programma
| tijd |
onderdeel |
| 15:45 |
Inloop |
| 16:00 |
Welkom |
| 16:05 |
Lezing over de quantumcomputer in vogelvlucht door Christian Schaffner |
| 16:40 |
Lezing over de inhoud van de webklas door Koen Groenland |
| 17:15 |
Bezoek aan een quantum-simulator-lab |
| 17:45 |
Maaltijd |
| 18:30 |
Bezoek aan de Quantum.Amsterdam Experience |
| 19:00 |
Lezing over de organisatie van de webklas door Koen Groenland |
| 19:40 |
Nabespreking en evaluatie |
| 20:00 |
Einde |
Plaats, kosten, inschrijven
Locatie: Science park UvA
Kosten: geen
Maximaal aantal deelnemers: 30
Volg deze link voor meer informatie en om u in te schrijven
|
Docentennetwerk wiskunde
Het programma voor de bijeenkomsten van het docentennetwerk wiskunde voor het schooljaar 2025-26 is bekend. Er zijn, steeds op maandag, vier bijeenkomsten in Utrecht gepland die beginnen om 16:00 uur en rond 20:00 uur zijn afgelopen.
Meestal bestaat een bijeenkomst uit een vakdidactische workshop van 90 minuten, een vakinhoudelijke workshop van 90 minuten en 60 minuten van informeel samenzijn tijdens het nuttigen van een broodje en een kopje soep. Er zijn steevast levendige uitwisselingen over de voors en tegens van de verschillende ideeën voor in de klas.
Algebra en vergelijkingen
De eerste bijeenkomst is op 6 oktober. Desiree Agterberg (HvA) verzorgt een lezing met fragmenten uit de geschiedenis van de algebra. Behandeld wordt onder meer hoe in het oude Babylonië, Egypte en China vergelijkingen werden opgelost. De ontwikkeling van het begrip variabele en de wijze waarop vergelijkingen werden genoteerd komen uitgebreid aan de orde.
In een workshop wordt onder leiding van Filip Moons (UU) verkend hoe brugklasleerlingen kennismaken met variabelen en tot welke misconcepties dit kan leiden. Aan de orde komt recent onderzoek onder 2200 Duitse leerlingen.
Bijzonderheden
U-talent is een samenwerking van de lerarenopleiding van de Hogeschool Utrecht, het Freudenthal Instituut en het Mathematisch Instituut van de Universiteit Utrecht gericht op leraren en leerlingen van havo/vwo.
De bijeenkomsten zijn op maandag 6 oktober, 12 januari, 13 april en 15 juni. Locatie is het Utrecht Science Park.
Voor docenten van partnerscholen zijn de bijeenkomsten gratis. Externe deelnemers betalen € 150 voor de reeks, en voor een eventuele losse bijeenkomst € 75. U kunt zich tot en met 29 september voor de reeks opgeven via dit formulier. Als u een losse bijeenkomst wilt bijwonen, neem dan contact op met u-talent@uu.nl.
|
Mathelo online nascholingsaanbod 2025-2026
Artificiële Intelligentie is niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven en is sinds kort ook sterk doorgedrongen in het onderwijs. Daarom geven we dit jaar een online cursus over AI-tools voor wiskunde.
In deze nieuwe praktijkgerichte cursus kunt u ontdekken hoe u als wiskundeleraar het volle potentieel van chatbots zoals ChatGPT, Copilot of Google Gemini kunt benutten. We kijken onder meer naar stap-voor-stap oplossingen van wiskundige problemen en naar reële mogelijkheden tot differentiatie op maat. U Leert hoe u slimme AI-assistenten handig gebruikt voor algebra, goniometrie, vlakke meetkunde, functieleer, analyse, statistiek en kansrekening. De voordelen én beperkingen van chatbots worden vergeleken met klassieke wiskundesoftware zoals GeoGebra, Desmos en Wolfram Alpha. Daarnaast is er aandacht voor de geschiedenis van kunstmatige intelligentie en bespreken we een aantal prangende ethische vraagstukken van AI. We besteden tenslotte ook uitgebreid aandacht aan het kritisch en verantwoord gebruik van AI-tools door leerlingen.
Geprolongeerd
De volgende cursussen kunnen dit jaar opnieuw gevolgd worden:
- Kansrekening en verklarende statistiek (derde graad: klas 5 en 6)
- Beschrijvende statistiek, spreidingsdiagram en correlatie (tweede graad: klas 3 en 4)
U kunt aan deze cursussen deelnemen op een tijdstip naar keuze, thuis of op school, op uw eigen tempo, individueel of in een team. De webcursussen blijven beschikbaar tot het einde van volgend schooljaar.
Meer info via de website www.mathelo.net of per e-mail ivan@mathelo.net
Ivan De Winne
|
Meet-up voor vrijeschool wiskundeleraren
Het aantal vrijescholen in Nederland groeit, en dus komen er steeds meer vrijeschool wiskundeleraren. We kunnen natuurlijk leren van onze ervaren collegas in de school, maar het is fijn om ook met leraren van andere scholen ervaringen en kennis uit te wisselen. Hoe vormt u de periodelessen? Hoe zorgt u voor wiskunde met hoofd, hart en handen?
Tijdens deze meet-up gaan we in gesprek, met elkaar om van elkaar te leren en om ervaringen en tips uit te wisselen, maar ook om te kijken hoe de NVvW ons kan helpen in onze dagelijkse onderwijspraktijk.
Deze meet-up is speciaal voor wiskundeleraren die lesgeven op een vrijeschool.
Het gesprek wordt geleid door Marloes van Hoeve, sinds twee jaar werkzaam als wiskundeleraar op de vrijeschool in Utrecht.
Wanneer: dinsdag 23 september 2025
Tijd: 19:30 uur
Waar: Online
U kunt zich opgeven voor de meet-up op de site van NVvW.
|
Nederland wint vijf medailles op Internationale Wiskunde Olympiade
Bij de Internationale Wiskunde Olympiade in Sunshine Coast, Australië, hebben Casper Heimel, Roel Alkemade, Josiah t Hart, Naïm Hofstede en Tobias Kristiansen een bronzen medaille in de wacht gesleept.
Het zesde lid van het Nederlandse team, Lucas van de Sande, verdiende een eervolle vermelding, omdat hij één van de zes opgaven van de wedstrijd foutloos oploste.
De Internationale Wiskunde Olympiade werd gehouden van 14 tot 20 juli.
In totaal waren meer dan zeshonderd leerlingen afgevaardigd, uit ruim honderd verschillende landen.
Verspreid over twee wedstrijddagen van elk vierenhalf uur kregen zij zes opgaven van zeer hoog niveau voor hun kiezen.
Voor elke opgave waren zeven punten te verdienen.
Resultaten
De resultaten van de leerlingen zijn als volgt:
| prijs |
punten |
Naam |
klas |
school |
| Bronzen medaille |
25 |
Casper Heimel |
6 vwo |
Utrechts Stedelijk Gymnasium |
| Bronzen medaille |
20 |
Roel Alkemade |
5 vwo |
Stedelijk Gymnasium Breda |
| Bronzen medaille |
19 |
Josiah 't Hart |
5 vwo |
Willem Lodewijk Gymnasium, Groningen |
| Bronzen medaille |
19 |
Naïm Hofstede |
4 vwo |
Thuisonderwijs, Makkum |
| Bronzen medaille |
19 |
Tobias Kristiansen |
6 vwo |
Stedelijk Gymnasium Leiden, locatie Socrates |
| Eervolle vermelding |
15 |
Lucas van de Sande |
6 vwo |
Driestar College, Gouda |
 | | V.l.n.r.: Tobias, Roel, Lucas, Casper, Naïm en Josiah | |
Bij de Internationale Wiskunde Olympiade wordt aan ongeveer de helft van de deelnemers een medaille uitgereikt.
Een leerling die geen medaille wint, maar wel een opgave foutloos opgelost heeft, verdient een eervolle vermelding.
Van de 630 deelnemers kregen de beste 67 een gouden medaille, de 103 besten daarna een zilveren en de volgende 145 deelnemers een bronzen medaille.
In het landenklassement eindigde Nederland op de 49e plaats van de 110 landen.
Het landenklassement werd aangevoerd door de teams van China, de Verenigde Staten en Zuid-Korea.
Intensieve voorbereiding
De Nederlandse deelnemers hebben zich voorbereid op de wedstrijd door de afgelopen jaren een intensief trainingsprogramma te volgen.
Tobias en Naïm maakten zelfs al vier jaar deel uit van de nationale selectie en hebben vorig jaar bij de Internationale Wiskunde Olympiade ook een bronzen medaille behaald.
De voorbereiding werd afgesloten met een trainingskamp in Auckland, Nieuw-Zeeland, samen met de teams uit Colombia, Portugal en Nieuw-Zeeland.
Bronzenmedaillewinnaar Casper: "Ontzettend leuk om zoveel mensen te ontmoeten die ook wiskunde leuk vinden.
De opgaven waren pittig maar wel erg leuk; het was geen straf om daar twee ochtenden aan te werken."
Naast wiskunde was er ook ruimte voor andere activiteiten.
Casper: "In de Australia Zoo hebben we kangoeroes en koala's geaaid; dat was echt heel cool.
En Robert Irwin was er om de krokodillen te voeren."
Op 21 juli keert het team terug op Nederlandse bodem.
Bronzenmedaillewinnaar Roel: "Jammer dat het nu weer voorbij is. We hebben zoveel mensen ontmoet die we misschien nooit meer gaan zien."
Het Nederlandse team werd begeleid door Quintijn Puite (Technische Universiteit Eindhoven en Alberdingk Thijm College Hilversum), Johan Konter (Universiteit Leiden en Optiply) en Kevin van Dijk (masterstudent wiskunde aan de Universiteit Utrecht).
|
Vooruitblik toegestane grafische rekenmachines
De grafische rekenmachines die momenteel zijn toegestaan blijven dat nog even. Hieronder voor alle zekerheid een overzicht.
De volgende machines zijn in 2027 op havo en 2028 op vwo in elk geval toegestaan:
- Casio fx-CG50
- HP Prime G2
- NumWorks modelnummers N0110 en hoger
- TI-84 Plus CE-T (ook Python edition)
- TI-Nspire CX II-T (ook de versie met CAS)
- TI-Nspire CX (alleen de versie zonder CAS)
bron: Officiële bekendmaking regeling toegestane hulpmiddelen voor centrale examens vo 2027
|
Advertenties
Docentenmiddag KERN Wiskunde & POLARIS
Woensdag 8 oktober organiseert Boom Voortgezet Onderwijs een docentenmiddag in het Philips Museum in Eindhoven.
- Thijmen Sprakel laat zien hoe je generatieve AI inzet in de klas.
- Ontmoet gebruikers en ontwikkelaars van KERN Wiskunde, bekijk al het lesmateriaal en wissel ervaringen uit met collega's.
- Volg een rondleiding door het Philips Museum.
Meldt u aan via kernwiskunde@boom.nl en profiteer nog van de vroegboekkorting. Vraag uw collega natuur/scheikunde mee. Bekijk
hier het programma.
|
Komt u ook naar het Nationaal Reken- en Wiskundecongres?
|
Op het Nationaal Reken- en Wiskundecongres op 29 januari in het vernieuwde NBC Congrescentrum staat de vraag centraal: hoe maken we rekenen en wiskunde nóg betekenisvoller voor leerlingen?
Een dag vol inspiratie, praktische handvatten en ontmoetingen met collegas uit het hele land.
De opening wordt verzorgd door Ionica Smeets.
Het volledige programma maken we binnenkort bekend.
Wilt u er als eerste van horen?
Laat dan uw e-mailadres achter en ontvang automatisch een update zodra het programma en de inschrijving live gaan.
|
|
|
Math with Menno test de TI-84 Plus CE-T Python Edition
|
Wat vindt Menno Lagerwey, de populaire wiskundedocent van YouTubekanaal Math with Menno, van de TI-84 Plus CE-T Python Edition?
Voor de start van het schooljaar maakte hij een unboxing video waarbij hij de grafische rekenmachine in detail bekijkt.
Hij navigeert door het menu en hij geeft tips voor leerlingen.
Bekijk snel wat hij eruit pikt!
Bekijk hier de video (en ook de vervolgvideo!)
|
|
|
Offline werken met de Casio fx-82NL emulator
|
Bestel de offline Casio fx-82NL emulator kosteloos via fx-Sensei!
Naast de online ClassPad-emulator van de fx-82NL hebben we nu ook een eenvoudige en snelle offline emulator die direct vanaf een USB-stick te openen is.
Bestel deze kosteloos via ons
docentenplatform fx-Sensei.
Heeft u nog vragen? Stuur dan een mail naar educatie@casio.nl
|
|
|
Ontdek de NumWorks Grafische Rekenmachine!
|
Het begin van het nieuwe schooljaar is een mooie gelegenheid voor het inplannen van een demonstratie.
Heeft u de NumWorks al een tijd in bezit, maar nog niet de kans gehad om deze volledig te ontdekken? Wij komen graag naar uw school voor een persoonlijke demonstratie van ongeveer een uur, waarin we de belangrijkste functies doorlopen.
Stuur gerust een mailtje naar Jessica voor meer informatie en het maken van een afspraak.
|
|
.
|
|
|