nummer 980, 23-11-2025

Dit nummer wordt ge­stuurd naar ca. 4400 adres­sen.

De Wiskun­dE-brief is een digita­le nieuws­brief, gericht op wiskun­dedocen­ten in het voortge­zet onder­wijs, met als doel om een snelle onder­lin­ge uitwis­se­ling van informa­tie en menin­gen moge­lijk te maken. De brief ver­schijnt buiten de school­vakan­ties min­stens één keer per twee weken. Het abonne­ment is gratis.
Uw bijdra­gen aan de Wiskun­dE-brief zijn welkom op het e-maila­dres van de redac­tie. Op de website van de Wiskun­dE-brief kunt u zich abonne­ren, vindt u alle voor­waar­den en adver­tentie­tarie­ven en kunt u oude nummers nalezen.
Artikelen en bijdragen
Vacatures in het onderwijs
Advertenties

 

Fundamentele problemen bij het CSE

 
Naar aanlei­ding van de overwe­gin­gen in het artikel over de tijds­druk bij de schrif­telij­ke eindexa­mens wiskun­de (zie WiskundE-brief 979) wil ik graag wat opmer­kin­gen maken over het CSE wiskun­de B vwo.
De N-termen zijn absurd hoog; 2021: 1,5; 2022: 1,8; 2023: 1,9; 2024: 2,1(!); 2025:1,6. Deze structu­reel hoge N-termen van de laatste jaren zijn op zijn zachtst gezegd gênant en wijzen op een funda­men­teel pro­bleem met de afstem­ming. Een van de zaken die hierbij speelt, is dat niet goed wordt inge­schat hoeveel tijd de leerlin­gen nodig hebben voor het maken van het examen. Met een goede tijdme­ting bedoel ik het volle­dig maken van het examen door meerde­re docen­ten, alsof zij zelf de leer­ling zijn. Laten we de oude vuistre­gel in ere herstel­len: docen­ten zouden het werk moeten kunnen maken in een derde van de tijd die de leerlin­gen krijgen.
Oneven­wich­tig
Het lijkt alsof bijna elke opgave is ontwor­pen als een pièce de résis­tance, waarbij elke auteur zijn eigen kunsten wil tonen. Dit heeft geleid tot een ernstig gebrek aan even­wicht tussen het toetsen van wiskun­di­ge vaardig­he­den en het aanbie­den van zoge­naamd 'leuke opgaven’. Opmaak, proces van maken, inde­ling, enzo­voort lijken alle­maal belang­rij­ker te zijn dan gewoon een goed en dege­lijk examen maken. De kwali­teit van vragen/opdrach­ten lijkt soms onderge­schikt te zijn aan het idee om opgaven thema­tisch te groepe­ren. Dit leidt tot onnodi­ge compli­ca­ties. Een voor­beeld is de laatste vraag van het tweede tijdvak van het laatste examen over een cirkel die raakt aan twee scheve asympto­ten van de grafiek van de functie van de voor­gaan­de vraag. Het blijkt te gaan om een cirkel met straal 5/√2 en als middel­punt (4 + 5/√2, - 5/√2). Wanneer dit soort opgaven ontwor­pen worden zonder de ballast van een thema of een vorige vraag, kan de kwali­teit sterk verbete­ren. De uitwer­king wordt dan minder omslach­tig en het ant­woord zal plausi­be­ler overko­men. Het examen is nu zo geregu­leerd en gestruc­tu­reerd, dat 'een goed examen' niet de basis lijkt te zijn. Het lijkt eerder dat het qua format moet passen in een jasje, zelfs als dat afbreuk doet aan de kwali­teit van een wiskun­di­ge toets.
Stress­besten­dig­heids­test
Vooral het CSE Wiskun­de B lijkt door het hippe ideaal van 'denken' en 'creati­vi­teit' steeds meer op een intelli­gen­tie- en stress­besten­dig­heids­test dan op een toets van verwor­ven wiskun­di­ge vaardig­he­den. Dit leidt tot tijdro­ven­de zoek­toch­ten en puzzels, waarbij het nog maar de vraag is wat er nu eigen­lijk ge­toetst wordt. We hoeven heus niet altijd naar de bekende weg te vragen, maar een leer­ling mag bij het examen niet al teveel grote verras­sin­gen tegenko­men. De laatste jaren staan "denkac­tivitei­ten' nogal in de belang­stel­ling (zie onder andere WiskundE-brief 795). Het lijkt me uitste­kend moment om de effec­ten van deze aan­dacht grondig te evalue­ren. Met name is het tijd om te onder­zoe­ken in hoever­re het felbe­geer­de ‘denken’ daadwer­ke­lijk bij de leerlin­gen is bereikt.
Karin den Heijer

 

Verschillen bij centrale examens

Over de resulta­ten bij de centra­le examens worden veel gege­vens verza­meld. Vaak worden die per vak samenge­vat tot de gemid­del­de score, of het gemid­del­de cijfer. Hier­door blijft veel buiten beeld. Kan het ook anders?
Ruim een maand geleden schreef de bekende weten­schap­per (en ex-minis­ter van onder­wijs) Robbert Dijk­graaf een column in de NRC onder de kop: “Het venijn in de staart”. Hij hekelt daarin de fixatie op cijfer­tjes die alleen gemid­del­den betref­fen en niets zeggen over de sprei­ding, de ver­schil­len. Hij beëin­digt zijn betoog als volgt:
"Het wordt dus de hoogste tijd dat de sprei­ding uit de schaduw van het gemid­del­de springt. Juist in Neder­land, met onze “vlakke” cultuur die zo aller­gisch is voor grote onder­lin­ge ver­schil­len, moet de toene­men­de onge­lijk­heid op aller­lei terrei­nen onze aan­dacht opeisen. Of het nu het klimaat, het onder­wijs of de econo­mie betreft, het is de staart van de verde­ling die de wereld door elkaar schudt."
De onder­kant
Ook in de Wiskun­dE-brief komen gemid­del­den veel aan bod. Wel wordt soms ook aan­dacht besteed aan ver­schil­len, bijvoor­beeld gerela­teerd aan ge­slacht, onder­wijs­type, of sociaal economi­sche situa­tie. Dat 'soms' heeft ook te maken met de beschik­ba­re cijfers. Die maken een onder­verde­ling vaak lastig, zo niet onmoge­lijk. Daarbij komt dat alleen het noemen van een indica­tor voor de sprei­ding, zoals de stan­daardaf­wij­king, niet zoveel toe­voegt.
Voor de centra­le examens zijn meer gede­tail­leer­de gege­vens bekend.1) Die maken het moge­lijk om bijvoor­beeld te letten op het eerste deciel (of te wel het tiende percen­tiel). Specia­le aan­dacht voor het eerste deciel lijkt op het eerste gezicht wel­licht gezocht, maar als je dit ziet als de score die in ieder geval wordt behaald door 90% van de kandida­ten, wordt de beteke­nis mis­schien wat duide­lij­ker. De laatste jaren wordt er in het onder­wijs veel gepraat en geschre­ven over doelen, en over het ver­schil tussen streef­doe­len en minimum­doe­len. Minimum­doe­len zouden voor ‘bijna alle’ leerlin­gen haal­baar moeten zijn. Met ‘bijna alle’ wordt vaak gedacht aan een percen­ta­ge in de buurt van de 90. Bij centra­le eindexa­mens zou je mogen hopen dat 90% van de kandida­ten tenmin­ste de helft van het maxi­maal aantal punten haalt, en dus bij een N-term van 1,0 een voldoen­de scoort. De feiten zijn helaas anders. De laatste jaren ligt het eerste deciel niet bij 50% score, maar bij een score tussen de 30 en 40 procent. De grafiek hieron­der geeft hier­over wat meer informa­tie.2)
Bij wiskun­de A scoor­den zowel op havo als vwo 'bijna alle' leerlin­gen (90%) nog min­stens een procent of 40, maar de tendens lijkt dalend. Bij wiskun­de B gaat het eerder om een procent of 30, en kwamen zelfs scores van rond de 25% voor. De leerlin­gen van de gemeng­de en theore­ti­sche leerweg van het vmbo (mavo) zaten met hun scores zo rond de 35%. De behaal­de minimum­doe­len van met name de wiskun­de-B oplei­din­gen op havo en vwo lijken dus de laatste jaren erg laag.
De boven­kant
In plaats van naar de onder­kant, kunnen we ook naar de boven­kant kijken. Het negende deciel vormt de grens tussen de 10% leerlin­gen die het hoogst scoren en de rest. Het is tevens de mediaan van de 20% met de hoogste scores, en zo een maat voor scores van de toppres­teer­ders. Die scores liggen bij alle vakken zo rond de 75%, wat bij een N-term van 1,0 onge­veer overeen­komt met een acht.
Opval­lend is dat nu juist de wiskun­de A vakken slech­ter scoren dan de B-vakken. Ook zijn de ver­schil­len tussen de ver­schil­len­de vakken wat kleiner. Bij de wiskun­de B vakken is de afstand tussen wat we maar even de hoog- en laag­pres­teer­ders zullen noemen erg groot, bijna de helft van de maxima­le score. Bij wiskun­de A is het ver­schil ook fors, iets meer dan een derde. Dat de ver­schil­len tussen hoog-en laag pres­teer­ders bij wiskun­de B een stuk groter zijn dan bij wiskun­de A was te verwach­ten op basis van de stan­daardaf­wijkin­gen. Om een voor­beeld te noemen bij de laatste examens bedroeg was deze bij wiskun­de A vwo ruim 10 punten (24% van de mediane score), en bij wiskun­de B bijna 14 punten (35% van de mediane score). In de E-brief is al eerder gewezen op de grote ver­schil­len bij vwo wiskun­de B, en een hypothe­se geformu­leerd over het bestaan van twee 'subgroe­pen' (zie WiskundE-brief 975).
Een belang­rij­ke vraag is natuur­lijk in hoever­re boven­staan­de nieuwe inzich­ten ople­vert. Ik hoop het wel, maar ben vooral be­nieuwd naar uw reactie.
gk
1) Het gaat om de via WOLF inge­stuur­de gege­vens van het eerste tijdvak
2) Wiskun­de C is buiten dit over­zicht gehou­den, cijfers zijn op aan­vraag beschik­baar. De vertica­le schaal­verde­ling is gekozen voor de over­zichte­lijk­heid. Daarom begint deze niet bij 0.

 

Missers bij modelleren

 
In de nieuwe wiskun­depro­gram­ma's is veel aan­dacht voor 'modelle­ren'. Hoe dat precies moet en kan worden inge­vuld, wordt momen­teel op een aantal proef­scho­len onder­zocht. Het is te hopen dat de belang­rijk­ste valkui­len daarbij goed in beeld komen. Mijn indruk is dat tot nu de proble­ma­tiek rond modelle­ren schrome­lijk wordt onder­schat.
Modelle­ren is een belang­rijk onder­werp bij de nieuwe examen­program­ma's, met name op havo/vwo. Bij C&M gaat het vooral om het werken met gegeven model­len, maar bij de andere profie­len gaat het om een hele cyclus:
  1. maken van een concep­tu­eel model bij een pro­bleemsi­tua­tie
  2. mathema­tise­ren van een concep­tu­eel model tot een wiskun­dig model
  3. rekenen en redene­ren met wiskun­di­ge model­len
  4. inter­prete­ren van de uitkom­sten van wiskun­dig model­len
  5. aanpas­sen van model­len
Mismo­del
Dat daarbij meer komt kijken dan veel mensen besef­fen bleek nog eens uit twee recente blogs op de site van de NVvW.1) Het gaat om een model voor de baan van de speer waarmee Arshad Nardeem op de Olympi­sche Spelen van Parijs goud won. Uit­komst van het model was, zoals vaker bij dit type model­len, dat een speer het beste onder een hoek van onge­veer 45 graden gewor­pen kan worden. In de prak­tijk blijken topwer­pers echter onder een bedui­dend kleine­re hoek te gooien, meer in de buurt van de 35 graden. Zouden atleten en trai­ners zich meer in de wiskun­de achter hun sport moeten verdie­pen?
In werke­lijk­heid is ook in de sport bijna alles weten­schappe­lijk onder­zocht met behulp van geavan­ceer­de model­len, die ge­toetst worden aan de prak­tijk. Waarom is een simpel model waarbij de speer als een puntmas­sa wordt be­schouwd niet goed bruik­baar? De verkla­ring is voor ingewij­den eenvou­dig. Bij een speer is de massa­verde­ling van groot belang. Om veilig­heidsre­de­nen is deze een jaar of 40 geleden bewust aange­past om de speer minder ver te laten komen. Om de baan van een speer goed te be­schrij­ven mag deze beslist niet worden behan­deld als puntmas­sa, maar moet deze eerder gezien worden als een kleine vleugel. Een model dat daar geen reke­ning mee houdt kan be­schouwd worden als mismo­del.
Hoe zit dat dan bij een disci­pli­ne als kogel­sto­ten? Daar blijken weer andere facto­ren van belang, met name biome­chani­sche: de invloed van de stoot­hoek op de kracht die je als kogel­sto­ter kunt ontwik­ke­len. Model­len die hiermee reke­ning houden komen meestal uit op waarden tussen de 30 en 40 graden. In de prak­tijk zit ook bij kogel­sto­ten de werp­hoek dichter bij de 35 dan bij de 45 graden.
Niet gehin­derd door..
Het valt me al enige tijd op dat er in en rond het wiskun­deonder­wijs vaak gedaan wordt of je met een klein beetje kennis van zaken en niet al te ingewik­kel­de wiskun­de van alles kunt be­schrij­ven. De werke­lijk­heid blijkt weerbar­sti­ger. De eindexa­menopga­ven bieden tal van voor­beel­den van het onjuist gebrui­ken van formu­les. Om nog even in de sfeer van de atle­tiek te blijven: begin deze eeuw zat in het vwo examen wiskun­de A1,2 een opgave naar aanlei­ding van formu­les waarmee presta­ties (tijden, afstan­den) worden ver­taald in punten. Wat echter niet vermeld werd is dat de punten­aantal­len altijd naar beneden worden afge­rond op een heel getal. Met deze achter­grond­ken­nis was een vraag onzin­nig en een andere veel lasti­ger dan bedoeld.2)
Bij wiskun­de B is het de laatste jaren heel gebrui­ke­lijk om in examen­opga­ven natuur­kundi­ge contex­ten aan bod te laten komen. Bij wiskun­de A zijn aller­lei contex­ten al veel langer gebrui­ke­lijk. Vaak blijkt bij nader onder­zoek dat veel vragen (en ant­woordmo­del­len) er net naast zitten, omdat voldoen­de kennis van de context en de gebruik­te model­len en formu­les ont­breekt.3)
Het streven om te laten zien waar­voor wiskun­de alle­maal wordt ge­bruikt, is begrij­pe­lijk. Echter, dit leidt niet zelden tot missers die te herlei­den zijn tot onvol­doen­de kennis van zaken. Dit geldt des te sterker voor het modelle­ren. Het lijkt zinnig om leerlin­gen te leren om wiskun­di­ge model­len te maken bij de werke­lijk­heid, maar deze laatste is vaak weerbar­sti­ger dan de opper­vlakki­ge beschou­wer door­ziet. Het getuigt van enige hoog­moed om te denken dat ingewik­kel­de proces­sen zoals opwar­ming van de aarde en epide­mieën in simpele wiskun­di­ge model­len zijn te vatten. Mis­schien getuigt het van meer werke­lijk­heids­zin als we ons in het wiskun­deonder­wijs beper­ken tot (voor de leraar) eenvou­di­ge zaken als de inhoud van voorwer­pen met een bepaal­de vorm, zoals bakjes en blikjes. Als er toch com­plexe­re proble­men worden aange­pakt, zouden de aanna­mes zeer expli­ciet gemaakt moeten worden. Verder zal beseft moeten worden dat stap 5 van de modelcy­clus vaak niet haal­baar is, en de cyclus abrupt moet worden afgebro­ken. Beter ten halve gekeerd...
Gerard Kool­stra
---------------
1) Wiskun­de bij de les 33, De para­bool door Rob van Oord en Wiskun­de bij de les 33b, Speer­wer­pen in de prak­tijk door Henk Hiet­brink. Te lezen via de website van de NVvW
2) Zie Eucli­des 79-1 pg 32-37; te lezen via het online archief van vakblad Eucli­des
3) Zie onder andere WiskundE-brief 972, WiskundE-brief 952 en WiskundE-brief 932

 

Toelichting nieuwe vmbo-programma's

 
Op 1 oktober was er een bijeen­komst van SLO met uitge­vers over de nieuwe vmbo examen­program­ma’s wiskun­de. Deze program­ma's gelden voor het cohort dat nu in klas 1 zit. Uit het verslag halen we een paar punten naar voren.
Over onge­veer een jaar zal er voor elk van de drie leerwe­gen van het vmbo een voor­beeld­exa­men (met toelich­ting) worden gepubli­ceerd. Voor BB (basis) en KB (kader) gebeurt dit via Facet. De handrei­kin­gen voor de school­exa­mens komen pas in 2027. In augus­tus van dat jaar krijgen de derde­klas­sers te maken met het nieuwe examen­program­ma.
KIK
Het onder­werp dat door­gaans met statis­tiek (en kans) wordt aange­duid krijgt op het vmbo de afkor­ting KIK (Kwanti­tatie­ve Informa­tie en Kans). Kansen spelen trou­wens bij BB en KB een 'beschei­den rol'. De rol van ICT bij het maken van diagram­men zal daaren­te­gen substan­tief zijn. Men wil af­scheid nemen van het tijdro­ven­de en weinig zinvol­le met de hand tekenen van staaf-, cirkel, lijn- en andere diagram­men. Deze ver­schui­ving van handma­tig werken naar het inscha­ke­len van ICT wordt gezien als een middel om ook de andere denk-werkwij­zen ruimte te geven: redene­ren, abstra­he­ren ….
Program­ma's zoals Excel, VUStat, Google Spread­sheets of Geoge­bra bieden heel veel moge­lijkhe­den. Het blijkt echter dat leerlin­gen uit de leerwe­gen BB en KB daarmee moeite hebben. Voor die groep is een uitge­kle­de versie van VUStat beschik­baar. Als onder­deel van de lessen over KIK kunnen leerlin­gen ook een eenvou­dig onder­zoek doen. Dit sluit goed aan bij de eerste eind­term van het domein. In dit geval kunnen leerlin­gen data verzame­len met bijvoor­beeld Google Forms of Survey­Mon­key. Hiermee kunnen ze ook grafi­sche repre­senta­ties van de data maken.
Een belang­rijk thema is het herken­nen van mislei­den­de grafie­ken. Hier­voor wordt verwe­zen naar Lesmate­ri­aal op Wiki­wijs.
AI
De vraag in hoever­re AI ge­bruikt mag worden is volgens SLO in eerste instan­tie afhanke­lijk van het beleid van de school. Het is uiter­aard niet de bedoe­ling dat AI het datapro­bleem volle­dig oplost, inclu­sief het modelle­ren, de reken­wiskun­di­ge hande­lin­gen, enzo­voort. Als AI ge­bruikt wordt als een program­ma om een diagram te tekenen, kan het wel een nuttige toepas­sing zijn.
gk
bron: SLO: QA-veelge­stel­de-vragen-over-wiskun­de-vmbo

 

Losse eindjes bij nieuwe examenprogramma's h/v

 
In WiskundE-brief 977 besteed­den we aan­dacht aan het uitpro­be­ren ('beproe­ven') van de concept­examen­program­ma's havo/vwo op 26 scholen. Maar ook elders wordt er gewerkt aan en nage­dacht over de verdere uitwer­king van deze program­ma's.
Begin deze maand was er een (online) bijeen­komst van leraren, oplei­ders en vakdi­dacti­ci die sinds mei bezig zijn om sugges­ties, aanwij­zin­gen en tips uit te werken om lessen te ontwer­pen op basis van de concept­examen­program­ma's en -syllabi. Hieron­der een paar punten die daar aan de orde kwamen.
  • De termino­lo­gie in de syllabi van de ver­schil­len­de wiskun­devak­ken ver­dient hier en daar nog afstem­ming.
  • Als domein B ‘wiskun­di­ge activi­tei­ten’ het hart van de program­ma’s vormt, is het risico dat een onder­steu­nend en rela­tief nieuw domein C ‘wiskun­di­ge oriënta­tie’ onderge­sneeuwd raakt.
  • De integra­tie van domei­nen A (wiskun­di­ge concep­ten) en B (wiskun­di­ge activi­tei­ten) loopt soepel, maar sommi­gen vragen zich af of de bijho­ren­de opde­ling tussen SE-CE niet voor verwar­ring gaat zorgen. Bijna alle subdo­mei­nen van domein B zijn toegewe­zen aan het SE, en niet aan het CE. Concep­ten krijgen zo wel specifi­ca­ties vanuit de sylla­bus, maar activi­tei­ten meestal niet.
  • Een aantal eindter­men bij C&M en E&M geeft nog (te)veel inter­preta­tieruim­te, waar­door niet altijd helder is wat van leerlin­gen wordt ver­wacht. Voor havo is het goed om tijdens het beproe­ven met de leraren na te gaan of er nog meer inhoude­lij­ke keuzes moeten worden gemaakt. Anders achten sommige ontwik­ke­laars het niet haal­baar in de beschik­ba­re tijd.
  • Zijn inhou­den die bij zowel wiskun­de N&G als N&T worden genoemd, altijd nodig voor leerlin­gen met een N&G-profiel? Of is er nog wat opscho­ning nodig? En wat als een leer­ling geen natuur­kun­de volgt?
  • Af en toe moet je wel echt overwe­gen of er niet té veel wordt ge­vraagd. Zo wordt bijvoor­beeld bij wiskun­de N&T voor vwo in de sylla­busspe­cifica­tie het gebruik van sinus- en cosinus­re­gel in bewij­zen ge­vraagd. Maar dat vraagt echt flink wat lestijd dus de vraag is of je dit wilt opnemen.
Meer informa­tie?
Een iets uitge­brei­der verslag kunt u hier lezen. De concept­examen­program­ma's zijn bereik­baar via deze pagina. De bedoe­ling is dat de nieuwe examen­program­ma's vanaf 2028/29 gelden.

 

Counted Out

 
In de documen­tai­re ‘Counted Out’ onder­zoe­ken de makers politie­ke polari­sa­tie, raciale en economi­sche onge­lijk­heid, wereld­wij­de pande­mie en klimaat­verande­ring via de wiskun­de. Volgens het Experti­se­punt Rekenen-Wiskun­de laat deze film uit 2024 u wederom naden­ken over de defini­tie van basis­vaardig­he­den.
Scho­ling is niet altijd in en misin­forma­tie is ruim voorhan­den. Dan is wiskun­de meer dan alleen getal­len. Het is een taal voor redene­ren, een funda­ment voor de waar­heid en gereed­schap voor democra­tie, aldus de de site van deze film. U wordt opgeroe­pen u aan te sluiten bij een groeien­de bewe­ging die wiskun­de opnieuw wil uitvin­den, niet alleen als een vak, maar als een gedeel­de taal voor het bouwen van een gezonde­re en beter geïnfor­meer­de toe­komst. De film is voor enkele prijzen genomi­neerd, zoals voor de Golden Gate Award op het San Fran­cisco Interna­tio­nal Film Festi­val en is geselec­teerd voor verto­ning op diverse filmfes­ti­vals.
Op de film­site vindt u een trailer. Op 26 novem­ber wordt de film ver­toond in Zeist, maar ieder­een kan ook zelf een verto­ning organi­se­ren.

 

Presentaties studiedag NVvW

Ruim drie weken geleden werd de studie­dag van de Neder­land­se Vereni­ging van Wiskun­delera­ren gehou­den. Voor wie de studie­dag, of een favorie­te werk­groep heeft moeten missen is het mis­schien prettig om te weten dat van veel werk­groe­pen presen­ta­ties beschik­baar zijn op de website van de vereni­ging.

 

Winterverkoop

 
Nog op zoek naar een cadeau­tje voor de feest­maand? De winter­ver­koop van het Wereld Wiskun­de Fonds is gestart.
Op de veiling­site staan ruim 200 titels voor vaste lage prijzen. Het gaat zoals gewoon­lijk om recrea­tie­ve wiskun­de, studie­boe­ken en tijd­schrif­ten. De verkoop duurt tot eind januari.

 

Niet vergeten

Tijd­stip Evene­ment (Volg de link voor details) Organi­sa­tie
25 nov. 2025 Bijeen­komst over hand­boek didac­tiek. vaknet­werk wiskun­de
25 nov. 2025 Dead­line inzen­ding NWD-bijdra­ge. Univer­si­teit Utrecht
26 nov. 2025 Verto­ning 'Counted Out' in Zeist. Counted Out
9 dec. 2025 Docen­ten­dag Roer­mond. Bèta­steun­punt Limburg
11 dec. 2025 Wiskun­de in de prope­deu­se van het tech­nisch HBO. Werk­groep mbo-hbo van de NVvW
10 jan. 2026 Winter­symposi­um. Konink­lijk Wiskun­dig Genoot­schap
19 t/m 30 jan. Eerste ronde wiskun­de olympia­de. St. Neder­land­se Wiskun­de Olympia­de
2 t/m 13 feb. Wiskun­de Klas 3-dag. Univer­si­teit Utrecht
27 en 28 mrt. Nationa­le Wiskun­de Dagen. Univer­si­teit Utrecht

Vacatu­res in het onder­wijs

In deze rubriek staan vacatu­res die we rele­vant achten voor wiskun­delera­ren. Voor de voor­waar­den: zie www.wiskun­de­brief.nl.


 

Onderwijskundig Contentontwikkelaar (STEM)

Wilt u écht impact maken in het STEM-onder­wijs? Enthou­si­ast over innova­tie in leren? Sluit u aan bij de Paragin Group en inspi­reer de volgen­de genera­tie terwijl u de toe­komst van onder­wijs vorm­geeft.
Ons kantoor bevindt zich op het Science Park in Amster­dam, met de moge­lijk­heid om ook op andere loca­ties van de Paragin Group te werken.
Wilt u de volledi­ge vacatu­re lezen of gelijk sollici­te­ren? Dat kan via onze website. We horen graag van u!

Adver­ten­ties

Voor voor­waar­den en tarie­ven: zie www.wiskun­de­brief.nl.


 

Kom ook naar Het Nationaal Reken- en Wiskundecongres

 
Heeft u zin in een inspire­ren­de dag, wilt u hele­maal bij zijn met de nieuwe kerndoe­len én wilt u uw bijscho­lings­bud­get goed benut­ten? Meld u dan aan voor Het Natio­naal Reken- en Wiskun­decon­gres op 29 januari in Nieuwe­gein.
Ionica Smeets, Pedro de Bruycke­re, Felien­ne Hermans en vele anderen nemen u mee in hun (wiskun­di­ge) vakge­bied, zodat u de dag erna met nieuwe energie en ideeën voor de klas staat.
Bestel uw ticket vóór 1 decem­ber en profi­teer nog van het early­bird tarief.
Meer informa­tie en bestel­len

 

De Breuk: een nieuw vakdidactiekboek

De Breuk is versche­nen

Het nieuwe vakdi­dactiek­boek van Study­flow is er: De Breuk. In dit boek verken­nen Geeke Bruin-Muur­ling en Ronald Meester de veelzij­di­ge wereld van breuken. Zij laten zien hoe ver­schil­len­de beteke­nis­sen van breuken terugko­men in het denken van leerlin­gen en in het klaslo­kaal.
De Breuk is geschre­ven voor wiskun­dedocen­ten, rekendo­cen­ten en reken­coördi­nato­ren die verder willen kijken dan de methode.
Meer informa­tie en bestel­len? Klik hier.
 

 

2e editie KERN Wiskunde havo/vwo

Ontdek de 2e editie van KERN Wiskun­de havo/vwo!
  • Up-to-date: Het niveau sluit beter aan bij de start van havo/vwo, het taalge­bruik is duide­lij­ker en de leer­stof beter in balans met meer ruimte voor de leuke kanten van wiskun­de. Zo is KERN Wiskun­de nog toegan­kelij­ker, door­dach­ter en hele­maal klaar voor de nieuwe kerndoe­len.
  • Duur­zaam: Geen LiFo-wegwerp­boe­ken, maar boeken van hoge kwali­teit die gedrukt worden in Neder­land.
  • Eerlijk en Voorde­lig: Geen boek-licen­tiekop­pelver­koop of langja­ri­ge contrac­ten. KERN Wiskun­de is boven­dien aanzien­lijk voorde­li­ger dan de andere wiskun­demetho­den.
 

 

Een mooie Fibonacci Dag met Texas Instruments!

Vandaag is het 11/23, Fibonac­ci Dag dus! Een uitgele­zen moment om uw leerlin­gen te laten ervaren hoe wiskun­de niet alleen logisch, maar ook wonder­lijk mooi kan zijn. En met TI-grafi­sche rekenma­chi­nes kunt u de bijzon­de­re getal­len­reeks kracht bijzet­ten!
Bekijk bijvoor­beeld eens de lesacti­vitei­ten over recur­sie die te vinden zijn in het content portal van ons T3 docen­tennet­werk.
Hier staan lesacti­vitei­ten over recur­sie.
 

 

Klaar voor de nieuwe kerndoelen met de 14e editie?

Vanaf school­jaar 2026-2027 gelden de nieuwe kerndoe­len voor wiskun­de. Met de 14e editie van Getal & Ruimte en Moderne Wiskun­de bent u hele­maal voorbe­reid op de toe­komst. Wilt u meer weten over de kerndoe­len en hoe deze aanslui­ten op de 14e editie? Lees wat er veran­dert en wat dit voor u bete­kent.
 

 

Zorg ervoor dat u compleet bent in de klas!

Heeft u nog docen­tenmate­ri­aal nodig, zoals Casio-rekenma­chi­nes, posters of onze exclu­sie­ve oranje hoesjes voor de Casio fx-82NL? Vraag ze dan eenvou­dig aan via ons docen­tenplat­form: fx-Sensei!
Gebruik ook onze emula­tor om de rekenma­chi­ne digi­taal voor de klas te presen­te­ren. Zo kan elke leer­ling eenvou­dig volgen wat u op uw rekenma­chi­ne laat zien.
Wilt u meer weten? Neem dan contact met ons op via de mail!
www.casio-educa­tie.nl
 

 
redactie:Chantal Hulst-Neijenhuis, Jeanne Kok en Gerard Koolstra
e-mail:redactie@wiskundebrief.nl
website:www.wiskundebrief.nl