nummer 980, 23-11-2025
Dit nummer wordt gestuurd naar ca. 4400 adressen.
| |
De WiskundE-brief is een digitale nieuwsbrief, gericht op wiskundedocenten in het voortgezet onderwijs,
met als doel om een snelle onderlinge uitwisseling van informatie en
meningen mogelijk te maken. De brief verschijnt buiten de schoolvakanties minstens
één keer per twee weken. Het abonnement is gratis.
Uw bijdragen aan de WiskundE-brief zijn welkom op het e-mailadres
van de redactie. Op de website van de WiskundE-brief
kunt u zich abonneren, vindt u alle voorwaarden en advertentietarieven en kunt u oude nummers nalezen.
|
|
Artikelen en bijdragen | | |
|
Vacatures in het onderwijs | | |
|
Advertenties | | |
Fundamentele problemen bij het CSE
Naar aanleiding van de overwegingen in het artikel over de tijdsdruk bij de schriftelijke eindexamens wiskunde
(zie WiskundE-brief 979) wil ik graag wat opmerkingen maken over het CSE wiskunde B vwo.
De N-termen zijn absurd hoog; 2021: 1,5; 2022: 1,8; 2023: 1,9; 2024: 2,1(!); 2025:1,6.
Deze structureel hoge N-termen van de laatste jaren zijn op zijn zachtst gezegd gênant en wijzen op een fundamenteel probleem met de afstemming. Een van de zaken die hierbij speelt, is dat niet goed wordt ingeschat hoeveel tijd de leerlingen nodig hebben voor het maken van het examen.
Met een goede tijdmeting bedoel ik het volledig maken van het examen door meerdere docenten, alsof zij zelf de leerling zijn. Laten we de oude vuistregel in ere herstellen: docenten zouden het werk moeten kunnen maken in een derde van de tijd die de leerlingen krijgen.
Onevenwichtig
Het lijkt alsof bijna elke opgave is ontworpen als een pièce de résistance, waarbij elke auteur zijn eigen kunsten wil tonen. Dit heeft geleid tot een ernstig gebrek aan evenwicht tussen het toetsen van wiskundige vaardigheden en het aanbieden van zogenaamd 'leuke opgaven. Opmaak, proces van maken, indeling, enzovoort lijken allemaal belangrijker te zijn dan gewoon een goed en degelijk examen maken.
De kwaliteit van vragen/opdrachten lijkt soms ondergeschikt te zijn aan het idee om opgaven thematisch te groeperen. Dit leidt tot onnodige complicaties. Een voorbeeld is de laatste vraag van het
tweede tijdvak van het laatste examen over een cirkel die raakt aan twee scheve asymptoten van de grafiek van de functie van de voorgaande vraag. Het blijkt te gaan om een cirkel met straal 5/√2 en als middelpunt (4 + 5/√2, - 5/√2). Wanneer dit soort opgaven ontworpen worden zonder de ballast van een thema of een vorige vraag, kan de kwaliteit sterk verbeteren. De uitwerking wordt dan minder omslachtig en het antwoord zal plausibeler overkomen. Het examen is nu zo gereguleerd en gestructureerd, dat 'een goed examen' niet de basis lijkt te zijn. Het lijkt eerder dat het qua format moet passen in een jasje, zelfs als dat afbreuk doet aan de kwaliteit van een wiskundige toets.
Stressbestendigheidstest
Vooral het CSE Wiskunde B lijkt door het hippe ideaal van 'denken' en 'creativiteit' steeds meer op een intelligentie- en stressbestendigheidstest dan op een toets van verworven wiskundige vaardigheden. Dit leidt tot tijdrovende zoektochten en puzzels, waarbij het nog maar de vraag is wat er nu eigenlijk getoetst wordt.
We hoeven heus niet altijd naar de bekende weg te vragen, maar een leerling mag bij het examen niet al teveel grote verrassingen tegenkomen.
De laatste jaren staan "denkactiviteiten' nogal in de belangstelling (zie onder andere WiskundE-brief 795). Het lijkt me uitstekend moment om de effecten van deze aandacht grondig te evalueren. Met name is het tijd om te onderzoeken in hoeverre het felbegeerde denken daadwerkelijk bij de leerlingen is bereikt.
Karin den Heijer
|
Verschillen bij centrale examens
Over de resultaten bij de centrale examens worden veel gegevens verzameld.
Vaak worden die per vak samengevat tot de gemiddelde score, of het gemiddelde cijfer.
Hierdoor blijft veel buiten beeld. Kan het ook anders?
Ruim een maand geleden schreef de bekende wetenschapper (en ex-minister van onderwijs) Robbert Dijkgraaf een
column in de NRC onder de kop: Het venijn in de staart.
Hij hekelt daarin de fixatie op cijfertjes die alleen gemiddelden betreffen en niets zeggen over de spreiding, de verschillen. Hij beëindigt zijn betoog als volgt:
| "Het wordt dus de hoogste tijd dat de spreiding uit de schaduw van het gemiddelde springt. Juist in Nederland, met onze vlakke cultuur die zo allergisch is voor grote onderlinge verschillen, moet de toenemende ongelijkheid op allerlei terreinen onze aandacht opeisen. Of het nu het klimaat, het onderwijs of de economie betreft, het is de staart van de verdeling die de wereld door elkaar schudt." |
De onderkant
Ook in de WiskundE-brief komen gemiddelden veel aan bod. Wel wordt soms ook aandacht besteed aan verschillen, bijvoorbeeld gerelateerd aan geslacht, onderwijstype, of sociaal economische situatie. Dat 'soms' heeft ook te maken met de beschikbare cijfers. Die maken een onderverdeling vaak lastig, zo niet onmogelijk. Daarbij komt dat alleen het noemen van een indicator voor de spreiding, zoals de standaardafwijking, niet zoveel toevoegt.
Voor de centrale examens zijn meer gedetailleerde gegevens bekend. 1) Die maken het mogelijk om bijvoorbeeld te letten op het eerste deciel (of te wel het tiende percentiel). Speciale aandacht voor het eerste deciel lijkt op het eerste gezicht wellicht gezocht, maar als je dit ziet als de score die in ieder geval wordt behaald door 90% van de kandidaten, wordt de betekenis misschien wat duidelijker. De laatste jaren wordt er in het onderwijs veel gepraat en geschreven over doelen, en over het verschil tussen streefdoelen en minimumdoelen. Minimumdoelen zouden voor bijna alle leerlingen haalbaar moeten zijn. Met bijna alle wordt vaak gedacht aan een percentage in de buurt van de 90. Bij centrale eindexamens zou je mogen hopen dat 90% van de kandidaten tenminste de helft van het maximaal aantal punten haalt, en dus bij een N-term van 1,0 een voldoende scoort. De feiten zijn helaas anders. De laatste jaren ligt het eerste deciel niet bij 50% score, maar bij een score tussen de 30 en 40 procent. De grafiek hieronder geeft hierover wat meer informatie. 2)
Bij wiskunde A scoorden zowel op havo als vwo 'bijna alle' leerlingen (90%) nog minstens een procent of 40, maar de tendens lijkt dalend. Bij wiskunde B gaat het eerder om een procent of 30, en kwamen zelfs scores van rond de 25% voor. De leerlingen van de gemengde en theoretische leerweg van het vmbo (mavo) zaten met hun scores zo rond de 35%. De behaalde minimumdoelen van met name de wiskunde-B opleidingen op havo en vwo lijken dus de laatste jaren erg laag.
De bovenkant
In plaats van naar de onderkant, kunnen we ook naar de bovenkant kijken. Het negende deciel vormt de grens tussen de 10% leerlingen die het hoogst scoren en de rest. Het is tevens de mediaan van de 20% met de hoogste scores, en zo een maat voor scores van de toppresteerders. Die scores liggen bij alle vakken zo rond de 75%, wat bij een N-term van 1,0 ongeveer overeenkomt met een acht.
Opvallend is dat nu juist de wiskunde A vakken slechter scoren dan de B-vakken. Ook zijn de verschillen tussen de verschillende vakken wat kleiner.
Bij de wiskunde B vakken is de afstand tussen wat we maar even de hoog- en laagpresteerders zullen noemen erg groot, bijna de helft van de maximale score. Bij wiskunde A is het verschil ook fors, iets meer dan een derde. Dat de verschillen tussen hoog-en laag presteerders bij wiskunde B een stuk groter zijn dan bij wiskunde A was te verwachten op basis van de standaardafwijkingen. Om een voorbeeld te noemen bij de laatste examens bedroeg was deze bij wiskunde A vwo ruim 10 punten (24% van de mediane score), en bij wiskunde B bijna 14 punten (35% van de mediane score). In de E-brief is al eerder gewezen op de grote verschillen bij vwo wiskunde B, en een hypothese geformuleerd over het bestaan van twee 'subgroepen' (zie WiskundE-brief 975).
Een belangrijke vraag is natuurlijk in hoeverre bovenstaande nieuwe inzichten oplevert. Ik hoop het wel, maar ben vooral benieuwd naar uw reactie.
gk
1) Het gaat om de via WOLF ingestuurde gegevens van het eerste tijdvak
2) Wiskunde C is buiten dit overzicht gehouden, cijfers zijn op aanvraag beschikbaar. De verticale schaalverdeling is gekozen voor de overzichtelijkheid. Daarom begint deze niet bij 0.
|
Missers bij modelleren
In de nieuwe wiskundeprogramma's is veel aandacht voor 'modelleren'.
Hoe dat precies moet en kan worden ingevuld, wordt momenteel op een aantal proefscholen onderzocht.
Het is te hopen dat de belangrijkste valkuilen daarbij goed in beeld komen. Mijn indruk is dat tot nu de problematiek rond modelleren schromelijk wordt onderschat.
Modelleren is een belangrijk onderwerp bij de nieuwe examenprogramma's, met name op havo/vwo.
Bij C&M gaat het vooral om het werken met gegeven modellen, maar bij de andere profielen gaat het om een hele cyclus:
- maken van een conceptueel model bij een probleemsituatie
- mathematiseren van een conceptueel model tot een wiskundig model
- rekenen en redeneren met wiskundige modellen
- interpreteren van de uitkomsten van wiskundig modellen
- aanpassen van modellen
Mismodel
Dat daarbij meer komt kijken dan veel mensen beseffen bleek nog eens uit twee recente blogs op de site van de NVvW. 1)
Het gaat om een model voor de baan van de speer waarmee Arshad Nardeem op de Olympische Spelen van Parijs goud won.
Uitkomst van het model was, zoals vaker bij dit type modellen, dat een speer het beste onder een hoek van ongeveer 45 graden geworpen kan worden.
In de praktijk blijken topwerpers echter onder een beduidend kleinere hoek te gooien, meer in de buurt van de 35 graden.
Zouden atleten en trainers zich meer in de wiskunde achter hun sport moeten verdiepen?
In werkelijkheid is ook in de sport bijna alles wetenschappelijk onderzocht met behulp van geavanceerde modellen, die getoetst worden aan de praktijk. Waarom is een simpel model waarbij de speer als een puntmassa wordt beschouwd niet goed bruikbaar?
De verklaring is voor ingewijden eenvoudig.
Bij een speer is de massaverdeling van groot belang.
Om veiligheidsredenen is deze een jaar of 40 geleden bewust aangepast om de speer minder ver te laten komen.
Om de baan van een speer goed te beschrijven mag deze beslist niet worden behandeld als puntmassa, maar moet deze eerder gezien worden als een kleine vleugel.
Een model dat daar geen rekening mee houdt kan beschouwd worden als mismodel.
Hoe zit dat dan bij een discipline als kogelstoten? Daar blijken weer andere factoren van belang, met name biomechanische: de invloed van de stoothoek op de kracht die je als kogelstoter kunt ontwikkelen.
Modellen die hiermee rekening houden komen meestal uit op waarden tussen de 30 en 40 graden. In de praktijk zit ook bij kogelstoten de werphoek dichter bij de 35 dan bij de 45 graden.
Niet gehinderd door..
Het valt me al enige tijd op dat er in en rond het wiskundeonderwijs vaak gedaan wordt of je met een klein beetje kennis van zaken en niet al te ingewikkelde wiskunde van alles kunt beschrijven.
De werkelijkheid blijkt weerbarstiger.
De eindexamenopgaven bieden tal van voorbeelden van het onjuist gebruiken van formules.
Om nog even in de sfeer van de atletiek te blijven: begin deze eeuw zat in het vwo examen wiskunde A 1,2 een opgave naar aanleiding van formules waarmee prestaties (tijden, afstanden) worden vertaald in punten. Wat echter niet vermeld werd is dat de puntenaantallen altijd naar beneden worden afgerond op een heel getal. Met deze achtergrondkennis was een vraag onzinnig en een andere veel lastiger dan bedoeld. 2)
Bij wiskunde B is het de laatste jaren heel gebruikelijk om in examenopgaven natuurkundige contexten aan bod te laten komen. Bij wiskunde A zijn allerlei contexten al veel langer gebruikelijk. Vaak blijkt bij nader onderzoek dat veel vragen (en antwoordmodellen) er net naast zitten, omdat voldoende kennis van de context en de gebruikte modellen en formules ontbreekt. 3)
Het streven om te laten zien waarvoor wiskunde allemaal wordt gebruikt, is begrijpelijk. Echter, dit leidt niet zelden tot missers die te herleiden zijn tot onvoldoende kennis van zaken. Dit geldt des te sterker voor het modelleren. Het lijkt zinnig om leerlingen te leren om wiskundige modellen te maken bij de werkelijkheid, maar deze laatste is vaak weerbarstiger dan de oppervlakkige beschouwer doorziet. Het getuigt van enige hoogmoed om te denken dat ingewikkelde processen zoals opwarming van de aarde en epidemieën in simpele wiskundige modellen zijn te vatten. Misschien getuigt het van meer werkelijkheidszin als we ons in het wiskundeonderwijs beperken tot (voor de leraar) eenvoudige zaken als de inhoud van voorwerpen met een bepaalde vorm, zoals bakjes en blikjes. Als er toch complexere problemen worden aangepakt, zouden de aannames zeer expliciet gemaakt moeten worden. Verder zal beseft moeten worden dat stap 5 van de modelcyclus vaak niet haalbaar is, en de cyclus abrupt moet worden afgebroken. Beter ten halve gekeerd...
Gerard Koolstra
---------------
1) Wiskunde bij de les 33, De parabool door Rob van Oord en Wiskunde bij de les 33b, Speerwerpen in de praktijk door Henk Hietbrink. Te lezen via
de website van de NVvW
2) Zie Euclides 79-1 pg 32-37; te lezen via
het online archief van vakblad Euclides
3) Zie onder andere WiskundE-brief 972, WiskundE-brief 952 en WiskundE-brief 932
|
Toelichting nieuwe vmbo-programma's
Op 1 oktober was er een bijeenkomst van SLO met uitgevers over de nieuwe vmbo examenprogrammas wiskunde.
Deze programma's gelden voor het cohort dat nu in klas 1 zit.
Uit het verslag halen we een paar punten naar voren.
Over ongeveer een jaar zal er voor elk van de drie leerwegen van het vmbo een voorbeeldexamen (met toelichting) worden gepubliceerd.
Voor BB (basis) en KB (kader) gebeurt dit via Facet.
De handreikingen voor de schoolexamens komen pas in 2027.
In augustus van dat jaar krijgen de derdeklassers te maken met het nieuwe examenprogramma.
KIK
Het onderwerp dat doorgaans met statistiek (en kans) wordt aangeduid krijgt op het vmbo de afkorting KIK (Kwantitatieve Informatie en Kans).
Kansen spelen trouwens bij BB en KB een 'bescheiden rol'.
De rol van ICT bij het maken van diagrammen zal daarentegen substantief zijn.
Men wil afscheid nemen van het tijdrovende en weinig zinvolle met de hand tekenen van staaf-, cirkel, lijn- en andere diagrammen.
Deze verschuiving van handmatig werken naar het inschakelen van ICT wordt gezien als een middel om ook de andere denk-werkwijzen ruimte te geven: redeneren, abstraheren
.
Programma's zoals Excel, VUStat, Google Spreadsheets of Geogebra bieden heel veel mogelijkheden.
Het blijkt echter dat leerlingen uit de leerwegen BB en KB daarmee moeite hebben.
Voor die groep is een uitgeklede versie van VUStat beschikbaar.
Als onderdeel van de lessen over KIK kunnen leerlingen ook een eenvoudig onderzoek doen.
Dit sluit goed aan bij de eerste eindterm van het domein.
In dit geval kunnen leerlingen data verzamelen met bijvoorbeeld Google Forms of SurveyMonkey.
Hiermee kunnen ze ook grafische representaties van de data maken.
Een belangrijk thema is het herkennen van misleidende grafieken.
Hiervoor wordt verwezen naar Lesmateriaal op Wikiwijs.
AI
De vraag in hoeverre AI gebruikt mag worden is volgens SLO in eerste instantie afhankelijk van het beleid van de school.
Het is uiteraard niet de bedoeling dat AI het dataprobleem volledig oplost, inclusief het modelleren, de rekenwiskundige handelingen, enzovoort.
Als AI gebruikt wordt als een programma om een diagram te tekenen, kan het wel een nuttige toepassing zijn.
gk
bron: SLO: QA-veelgestelde-vragen-over-wiskunde-vmbo
|
Losse eindjes bij nieuwe examenprogramma's h/v
In WiskundE-brief 977 besteedden we aandacht aan het uitproberen ('beproeven') van de conceptexamenprogramma's havo/vwo op 26 scholen. Maar ook elders wordt er gewerkt aan en nagedacht over de verdere uitwerking van deze programma's.
Begin deze maand was er een (online) bijeenkomst van leraren, opleiders en vakdidactici die sinds mei bezig zijn om suggesties, aanwijzingen en tips uit te werken om lessen te ontwerpen op basis van de conceptexamenprogramma's en -syllabi.
Hieronder een paar punten die daar aan de orde kwamen.
- De terminologie in de syllabi van de verschillende wiskundevakken verdient hier en daar nog afstemming.
- Als domein B wiskundige activiteiten het hart van de programmas vormt, is het risico dat een ondersteunend en relatief nieuw domein C wiskundige oriëntatie ondergesneeuwd raakt.
- De integratie van domeinen A (wiskundige concepten) en B (wiskundige activiteiten) loopt soepel, maar sommigen vragen zich af of de bijhorende opdeling tussen SE-CE niet voor verwarring gaat zorgen. Bijna alle subdomeinen van domein B zijn toegewezen aan het SE, en niet aan het CE. Concepten krijgen zo wel specificaties vanuit de syllabus, maar activiteiten meestal niet.
- Een aantal eindtermen bij C&M en E&M geeft nog (te)veel interpretatieruimte, waardoor niet altijd helder is wat van leerlingen wordt verwacht. Voor havo is het goed om tijdens het beproeven met de leraren na te gaan of er nog meer inhoudelijke keuzes moeten worden gemaakt. Anders achten sommige ontwikkelaars het niet haalbaar in de beschikbare tijd.
- Zijn inhouden die bij zowel wiskunde N&G als N&T worden genoemd, altijd nodig voor leerlingen met een N&G-profiel? Of is er nog wat opschoning nodig? En wat als een leerling geen natuurkunde volgt?
- Af en toe moet je wel echt overwegen of er niet té veel wordt gevraagd. Zo wordt bijvoorbeeld bij wiskunde N&T voor vwo in de syllabusspecificatie het gebruik van sinus- en cosinusregel in bewijzen gevraagd. Maar dat vraagt echt flink wat lestijd dus de vraag is of je dit wilt opnemen.
Meer informatie?
Een iets uitgebreider verslag kunt u hier lezen. De conceptexamenprogramma's zijn bereikbaar via
deze pagina.
De bedoeling is dat de nieuwe examenprogramma's vanaf 2028/29 gelden.
|
Counted Out
In de documentaire Counted Out onderzoeken de makers politieke polarisatie, raciale en economische ongelijkheid, wereldwijde pandemie en klimaatverandering via de wiskunde.
Volgens het Expertisepunt Rekenen-Wiskunde laat deze film uit 2024 u wederom nadenken over de definitie van basisvaardigheden.
Scholing is niet altijd in en misinformatie is ruim voorhanden. Dan is wiskunde meer dan alleen getallen. Het is een taal voor redeneren, een fundament voor de waarheid en gereedschap voor democratie, aldus de de site van deze film. U wordt opgeroepen u aan te sluiten bij een groeiende beweging die wiskunde opnieuw wil uitvinden, niet alleen als een vak, maar als een gedeelde taal voor het bouwen van een gezondere en beter geïnformeerde toekomst. De film is voor enkele prijzen genomineerd, zoals voor de Golden Gate Award op het San Francisco International Film Festival en is geselecteerd voor vertoning op diverse filmfestivals.
Op de filmsite vindt u een trailer. Op 26 november wordt de film
vertoond in Zeist, maar iedereen kan ook
zelf een vertoning organiseren.
|
Presentaties studiedag NVvW
Ruim drie weken geleden werd de studiedag van de Nederlandse Vereniging van Wiskundeleraren gehouden.
Voor wie de studiedag, of een favoriete werkgroep heeft moeten missen is het misschien prettig om te weten dat van veel werkgroepen presentaties beschikbaar zijn
op de website van de vereniging.
|
Winterverkoop
Nog op zoek naar een cadeautje voor de feestmaand?
De winterverkoop van het Wereld Wiskunde Fonds is gestart.
Op de veilingsite staan ruim 200 titels voor vaste lage prijzen.
Het gaat zoals gewoonlijk om recreatieve wiskunde, studieboeken en tijdschriften.
De verkoop duurt tot eind januari.
|
Vacatures in het onderwijs
In deze rubriek staan vacatures die we relevant achten voor wiskundeleraren.
Voor de voorwaarden: zie www.wiskundebrief.nl.
Onderwijskundig Contentontwikkelaar (STEM)
Wilt u écht impact maken in het STEM-onderwijs? Enthousiast over innovatie in leren? Sluit u aan bij de Paragin Group en inspireer de volgende generatie terwijl u de toekomst van onderwijs vormgeeft.
Ons kantoor bevindt zich op het Science Park in Amsterdam, met de mogelijkheid om ook op andere locaties van de Paragin Group te werken.
Wilt u de volledige vacature lezen of gelijk solliciteren? Dat kan via onze website.
We horen graag van u!
|
Advertenties
Kom ook naar Het Nationaal Reken- en Wiskundecongres
Heeft u zin in een inspirerende dag, wilt u helemaal bij zijn met de nieuwe kerndoelen én wilt u uw bijscholingsbudget goed benutten? Meld u dan aan voor Het Nationaal Reken- en Wiskundecongres op 29 januari in Nieuwegein.
Ionica Smeets, Pedro de Bruyckere, Felienne Hermans en vele anderen nemen u mee in hun (wiskundige) vakgebied, zodat u de dag erna met nieuwe energie en ideeën voor de klas staat.
Bestel uw ticket vóór 1 december en profiteer nog van het earlybird tarief.
Meer informatie en bestellen
|
De Breuk: een nieuw vakdidactiekboek
De Breuk is verschenen
Het nieuwe vakdidactiekboek van Studyflow is er: De Breuk.
In dit boek verkennen Geeke Bruin-Muurling en Ronald Meester de veelzijdige wereld van breuken.
Zij laten zien hoe verschillende betekenissen van breuken terugkomen in het denken van leerlingen en in het klaslokaal.
De Breuk is geschreven voor wiskundedocenten, rekendocenten en rekencoördinatoren die verder willen kijken dan de methode.
Meer informatie en bestellen?
Klik hier.
|
|
|
2e editie KERN Wiskunde havo/vwo
Ontdek de 2e editie van KERN Wiskunde havo/vwo!
- Up-to-date: Het niveau sluit beter aan bij de start van havo/vwo, het taalgebruik is duidelijker en de leerstof beter in balans met meer ruimte voor de leuke kanten van wiskunde.
Zo is KERN Wiskunde nog toegankelijker, doordachter en helemaal klaar voor de nieuwe kerndoelen.
- Duurzaam: Geen LiFo-wegwerpboeken, maar boeken van hoge kwaliteit die gedrukt worden in Nederland.
- Eerlijk en Voordelig: Geen boek-licentiekoppelverkoop of langjarige contracten. KERN Wiskunde is bovendien aanzienlijk voordeliger dan de andere wiskundemethoden.
|
|
|
Een mooie Fibonacci Dag met Texas Instruments!
|
Vandaag is het 11/23, Fibonacci Dag dus! Een uitgelezen moment om uw leerlingen te laten ervaren hoe wiskunde niet alleen logisch, maar ook wonderlijk mooi kan zijn. En met TI-grafische rekenmachines kunt u de bijzondere getallenreeks kracht bijzetten!
Bekijk bijvoorbeeld eens de lesactiviteiten over recursie die te vinden zijn in het content portal van ons T3 docentennetwerk.
Hier staan lesactiviteiten over recursie.
|
|
|
Klaar voor de nieuwe kerndoelen met de 14e editie?
|
Vanaf schooljaar 2026-2027 gelden de nieuwe kerndoelen voor wiskunde.
Met de 14e editie van Getal & Ruimte en Moderne Wiskunde bent u helemaal voorbereid op de toekomst.
Wilt u meer weten over de kerndoelen en hoe deze aansluiten op de 14e editie?
Lees wat er verandert en wat dit voor u betekent.
|
|
|
Zorg ervoor dat u compleet bent in de klas!
|
Heeft u nog docentenmateriaal nodig, zoals Casio-rekenmachines, posters of onze exclusieve oranje hoesjes voor de Casio fx-82NL? Vraag ze dan eenvoudig aan via
ons docentenplatform: fx-Sensei!
Gebruik ook onze emulator om de rekenmachine digitaal voor de klas te presenteren. Zo kan elke leerling eenvoudig volgen wat u op uw rekenmachine laat zien.
Wilt u meer weten? Neem dan contact met ons op via de mail!
www.casio-educatie.nl
|
|
|
|
|