| redactie: | Marja Bos en Gerard Koolstra |
| e-mailadres: | redactie@wiskundebrief.nl |
| website: | www.wiskundebrief.nl |
In de WiskundE-brief van 26-09-10 stond een inventarisatie van argumenten voor en tegen het gebruik van een variabele N-term bij het CSE. Met de argumenten vóór het gebruik ben ik het van harte eens. De praktijk wijst immers uit, dat het geen sinecure is om twee ‘even zware’ examens te maken, hoe hard daar ook aan gewerkt wordt. Lees de wiskunde-examenverslagen in Euclides en de algemene examenverslagen van cito er maar op na. De tegenargumenten beginnen met de constatering dat het percentage onvoldoendes ongeveer constant is. Dat lijkt me geen nadeel, maar juist een groot voordeel! Laten we de situatie eens omdraaien en – zoals enkele discussianten blijkbaar willen – een rigide norm hanteren. Dan zouden we moeten constateren dat het cohort 200x enkele procenten dommer of slimmer is dan het cohort 200y. Dat lijkt me geen houdbare stelling: het is eenvoudiger om examens enigszins verschillend te maken dan het is om een hele landelijke lichting kinderen op voorhand dommer/slimmer te laten zijn dan hun de kinderen die (ruwweg) één jaar ouder of jonger zijn…
De overige tegenargumenten vind ik eerlijk gezegd meer losse opmerkingen.
Het blijft mensenwerk, maar de huidige systematiek vind ik nog altijd de beste of, zo je wilt, de minst slechte.
Edward van Kervel, Het Stedelijk Lyceum, Enschede, e-mailadres jggm.hendriks@home.nl.
Met mijn stukje in het meinummer van Euclides heb ik kennelijk een flinke steen in de vijver gegooid. Graag lever ik een volgende bijdrage aan het vergroten van rimpelingen.
Natuurlijk beschikt het CITO over een arsenaal van statistische argumenten waarmee ze het bestaan van een N-term zullen rechtvaardigen. Cynisch is wel dat juist hun grote voorganger A.D. de Groot in zijn boek Vijven en Zessen het gesjoemel met cijfers aan de kaak stelde. Hij constateerde dat volgens de wet van Posthumus elke docent bij proefwerken zó cijferde dat ongeveer 30% van de leerlingen een onvoldoende kreeg. Zijn pleidooi voor een meer objectieve toetsing leidde uiteindelijk tot de oprichting van CITO.
Belangrijker is voor mij de sociaal psychologische werking die er van het bestaan van de N-term uitgaat. Voor zowel docenten, als leerlingen, als examenmakers zal het onvermijdelijk leiden tot een devaluatie van het eindniveau en tot een verstarring van de opgaven tot standaardopgaven. Ten bewijze hiervan twee citaten uit een leerlingforum op internet, 26 maart 2010, over havo B: “Gewoon hopen op een hele gunstige N norm”. En een reactie daarop: “Ik weet het nog goed, dat verleden jaar iedereen liep te rellen dat enkele (sippe) vakken zo'n "moeilijk CE" hadden (Nederlands, geschiedenis etc) terwijl dat de grootst mogelijke onzin was... En het kleine groepje dat Wis B had moest zich niet zo aanstellen. Maar goed dat we een fatsoenlijke N-term (2,0) voor wiskunde kregen, niet dat het daar vanaf hing voor mij, maar toch ”. (Zie: http://forum.fok.nl/topic/1433114)
Daarnaast speelt bij het havo-B programma het gegeven dat dit te omvangrijk is om dit binnen de gestelde tijd met succes te kunnen onderwijzen. Dit blijkt wel uit het twee keer hanteren van een forse N-term, ondanks het feit dat de opgaven zowel in inhoud als in niveau relevant werden geacht voor de eindtermen. Dit alles zal ook bij directies tot de conclusies leiden dat het allemaal wel wat meevalt met dat havo B programma. Juist zij hebben er voor gezorgd dat om roostertechnische redenen de omvang van alle vakken op één hoop is gegooid.
Trouwens, wat is eigenlijk de formele status van die N-term? Is het niet zo dat de school, en met de school de docent, de eindverantwoordelijkheid heeft voor het zakken of slagen van een leerling voor een vak? Met andere woorden: heeft de school de vrijheid om naar bevind van zaken zelf de N-term aan te passen? Wie heeft hierop het juiste antwoord?
Sieb Kemme, e-mailadres info@educadbv.nl.
In artikel 42.2 van het Eindexamenbesluit vwo-havo-mavo-vbo staat:
"De directeur stelt het cijfer voor het centraal examen in een vak vast op grond van de score, bedoeld in het eerste lid, en met inachtneming van de regels, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor examens".
In artikel 2.2.d van de Wet College voor examens staat dat het college is belast met taken op het gebied van "het tot stand brengen en bij regeling vaststellen van de beoordelingsnormen en de daarbij behorende scores".
N.B. Er is hier dus geen sprake van regels voor de omzetting van de scores in cijfers. (Wel in artikel 2.2.e.)
De wettelijke basis van het verplicht hanteren van de door het CvE vastgestelde N-termen lijkt dus te ontbreken.
Voorafgaand aan het landelijk eindexamen (CSE) kent bijna elke middelbare school een schoolexamen (SE). In tegenstelling tot het landelijke CSE wordt het SE afgenomen onder volledige verantwoordelijkheid van de school.
Na de laatste examenronde in mei/juni worden per school de gemiddelde SE- en CSE-cijfers vastgesteld. Vervolgens worden de appels en de peren met elkaar vergeleken. Als het SE-gemiddelde te positief is ten opzichte van het CSE-gemiddelde wordt de school op de vingers getikt. Want dan is er sprake van bevoordeling van eigen leerlingen. En dat mag niet.
Als ze samenvallen krijgt de school een compliment. De toetsing is betrouwbaar en de kwaliteit is in orde, zo heet het dan - maar of dat waar is, staat voor mij lang niet vast. Zo bezien is het schoolexamen dus eigenlijk een school-examen waarvoor de school in dit geval geslaagd is.
Helaas schiet de gemiddelde leerling hiermee niets op. Het levert hem geen delta op zijn eindcijfer op. Veel moeite voor niets dus, veel moeite die ook anders besteed had kunnen worden. En dat is ook weer niet goed, afgezien van de dunne constatering dat de school prima doet wat er van hem verwacht wordt.
Als het CSE de norm stelt, waar dient het SE dan eigenlijk voor? Welk doel willen we ermee bereiken? En kan dat ook op een andere manier bereikt worden?
Laten we de voor- en nadelen van het in stand houden van het SE eens afwegen tegen de voor- en nadelen van de afschaffing ervan.
[ondertekening op verzoek verwijderd]
Afgelopen week is de septembermededeling verschenen, met daarin informatie over de eindexamenregelingen voor vmbo, havo, vwo en vavo voor 2011. Zie www.examenblad.nl.
Het belangrijkste nieuws is een verduidelijking van de eisen (t.a.v. de algebraïsche vaardigheden) voor wiskunde A HAVO. Deze verduidelijking is toegevoegd aan het overzicht op onze website www.wiskundebrief.nl (zie ‘naslag’).
Opnieuw geldt de overgangsregeling dat de kandidaten voor het vwo-bezemexamen wiskunde A1 in 2011 het zelfde examen krijgen als de kandidaten voor wiskunde C. Het enige verschil is dat de kandidaten voor wiskunde A1 wèl de formulekaart mogen gebruiken.
Op Examenblad zijn ook de syllabi 2011 te vinden, met een beschrijving van de officiële examenstof voor de centrale examens 2011.
Voor een bijgewerkt overzicht t.a.v. de centrale examens zie http://www.wiskundebrief.nl/CE.html.
gk
SLO laat in het kader van het project Aansluiting VO-HBO een module Reken- en Algebraïsche vaardigheden ontwikkelen. Doel van de module is het versterken van deze vaardigheden bij havoleerlingen met wiskunde A die een economische of technische vervolgopleiding HBO willen volgen. De onderwerpen komen uit primair onderwijs, onderbouw, en het huidige examenprogramma wiskunde A. We zoeken docenten havo die de testversie van de module willen evalueren, gebaseerd op eigen expertise en de ervaringen van hun leerlingen met het materiaal. De module is te beschouwen als extra oefenmateriaal voor leerlingen in begin 5 havo.
Geïnteresseerd? Neem contact op met Jenneke Krüger, e-mailadres j.kruger@slo.nl
Op 8 juni was een eerste oriënterende bijeenkomst voor docenten uit het vo en het ho om te zien hoe wiskunde D kan worden gestimuleerd op het vo. Op Hogeschool Rotterdam is het afgelopen jaar dus de eerste lichting havo-leerlingen ingestroomd, gevolgd door vwo-leerlingen dit jaar. De geluiden vanuit de technische opleidingen zijn dat het er sterk op lijkt dat leerlingen die wiskunde D in hun pakket hadden, beter meekomen in het eerste jaar van hun studie aan het hbo.
Helaas zijn er op veel scholen te weinig aanmeldingen om wiskunde D in het rooster op te nemen. Middels de wiskunde D bijeenkomsten gaan we onderzoeken wat we hier gezamenlijk aan kunnen doen.
Omdat er veel materiaal voor wiskunde D beschikbaar is en docenten soms door de bomen het bos niet meer zien, helpen wiskundedocenten van Hogeschool Rotterdam vo-docenten bijvoorbeeld met het bepalen van de juiste leerstof. Hierdoor kan een leerling van het vo met de juiste bagage zijn of haar technische studie beginnen aan het hbo.
Biedt uw school wiskunde D aan, of heeft u leerlingen die best wiskunde D zouden willen volgen maar biedt uw school het juist niet aan? Wilt u meepraten en -denken over hoe we leerlingen kunnen stimuleren dit te kiezen? Stuur een mail naar Techniek Plaza (techniekplaza@hro.nl) en u wordt uitgenodigd voor de bijeenkomsten. Doen!
Arnold Roosch, projectleider Techniek Plaza Hogeschool Rotterdam, e-mailadres A.Roosch@hro.nl.
Van 25 oktober tot en met 19 november 2010 organiseert de Universiteit van Amsterdam (UvA) weer een Webklas Wiskunde. Leerlingen uit 5 en 6 vwo met wiskunde B kunnen hierin onder begeleiding van Dr. Jan Brandts en andere docenten kennis maken met de Google PageRank vergelijking. Deze in 1998 door Page en Brin onwikkelde formule bepaalt binnen Google de volgorde waarin zoekresultaten worden weergegeven.
Tijdens de webklas denken leerlingen na over de complexe gedachtegang achter de PageRank-vergelijking en wordt in het bijzonder veel aandacht besteed aan modelleren, redeneren, en bewijzen. Na afloop zijn ze in staat om van een klein World Wide Webje zelf de PageRanks van de pagina’s uit te rekenen, en door het slim aanleggen (of weghalen) van de hyperlinks de PageRank te beïnvloeden.
Meer informatie en aanmelden www.webklassen.nl. Voor vragen kunt u mailen naar webklas@uva.nl.
Floor van der Heijden, voorlichter wiskunde UvA
| redactie: | Marja Bos en Gerard Koolstra |
| e-mailadres: | redactie@wiskundebrief.nl |
| website: | www.wiskundebrief.nl |