in dit nummer:
ALGEBRAÏSCHE VAARDIGHEDEN BIJ VWO WISKUNDE A EN C
VACATURE WISKUNDE TE APELDOORN (advertentie)
Op de studiedag van de NVvW van 10 november j.l. bestond in de werkgroep over de nieuwe exameneisen in 2010 onduidelijkheid rond de eindtermen in Bg2 wat betreft het oplossen van vergelijkingen.
In eindterm 9 staat: De kandidaat kan vergelijkingen oplossen met numerieke, grafische of elementair-algebraïsche methoden. Geschrapt zijn de eindtermen 7 en 8, waarin gesteld wordt dat de kandidaat een tweedegraadpolynoom in één variabele kan ontbinden in factoren en dat hij / zij een algoritme kan gebruiken voor het oplossen van een tweedegraadsvergelijking.
In het subdomein A5: Algebraïsche vaardigheden staat de globale eindterm: De kandidaat beheerst de bij het examenprogramma passende (cursivering van mij) rekenkundige en algebraïsche vaardigheden en formules, heeft daar inzicht in en kan de bewerkingen uitvoeren met, maar ook zonder, gebruik van ICT-middelen zoals de grafische rekenmachine. Een specificatie in hoofdstuk 3 van de syllabi leert: (onder F) vergelijkingen oplossen via standaardalgoritmen betreft alleen eerstegraadsvergelijkingen (cursivering van mij). Onder E wordt nog "vergelijkingen oplossen met behulp van algemene vormen" genoemd.
Voor wisC worden 2 vormen genoemd ( 1. A * B = 0 -> A = 0 of B = 0; 2. A / B = C <-> A = B * C met B ? 0) en voor wisA komen daar nog 3 vormen bij ( A * B = A * C -> A = 0 of B = C; resp.: A / B = C / D <-> A * D = B * C met B, D ? 0 en: A^2 = B^2 <-> A = B of A = ?B).
Er was tijdens de werkgroep een geluid te horen, dat het niet de bedoeling van het laten vervallen van de eindtermen 7 en 8 was geweest om "ontbinden in factoren" en de abc-formule voor wisA en wisC te schrappen, ten gunste van de oplossingsmethode met de GR, maar ze minder specifiek te binden aan louter tweedegraadsvormen, en dat beide dan ook zouden vallen onder de genoemde "elementair-algebraïsche methoden". Maar daar was geen duidelijkheid en eenduidigheid over.
Voor mijn gevoel is het genoemde geluid in tegenspraak met de gegeven specificaties in de syllabi, waar volgens mij alleen over eerstegraadsvergelijkingen gesproken wordt (of vergelijkingen die door manipulatie herleid kunnen worden tot eerstegraadsvergelijkingen, neem ik aan) als het gaat om algebraïsche oplossingsvaardigheden.
Getal & Ruimte wi vwo A/V deel 1 ruimt in hoofdstuk 2 toch wel weer plaats in voor de vaardigheden die in de geschrapte eindtermen 7 en 8 worden genoemd. Op zich geen bezwaar, de leerlingen hebben het in de onderbouw gehad, de onderwerpen kunnen in het School Examen natuurlijk aan de orde worden gesteld, de leerlingen worden er met deze kennis niet minder van en het wordt zo te zien verder in het boek (ongelijkheden) ook niet rigide toegepast, maar het is toch wel prettig om te weten wat we op dit punt nu precies op het Centraal Examen mogen verwachten, als het gaat om algebraïsche vaardigheden.
Daarom stel ik het hier maar eens aan de orde, in de hoop dat we elkaar op dit punt wijzer kunnen maken en samen niet voor verrassingen komen te staan.
Het gaat me daarbij niet om een discussie óf het schrappen wel zo verstandig was (dat kan beter bij de cTWO-plannen) maar over de interpretatie van het schrappen wat betreft CE (en eventueel SE).
Op de Koninklijke Scholengemeenschap in Apeldoorn ontstaat per 1 februari 2008 een vacature wiskunde van 1 FTE in de brugklas, MAVO-3 en -4, HAVO-4 en VWO-3 en 4. Gezien de samenstelling van de sectie verdient een tweedegrader de voorkeur. Ook naar delen van de functie kan gesolliciteerd worden.
Het schaalniveau van de functie is LB. Het gaat om een mogelijk vast dienstverband.
Geïnteresseerden wordt verzocht een mail met CV te sturen naar s.schaaf{at]ksg-apeldoorn.nl